Belastingoproer

RP 046 b Tek. WiebkePachtersoproer   In 1748 waren de burgers de almaar stijgende belastingen zat

Volgend jaar zijn we de klos. Op voedingsmiddelen, energie, auto’s, kranten, boeken en nog veel meer gaan we extra belasting betalen. Je zou verwachten dat er een storm van protest zou opsteken. Maar het blijft bladstil. Hier en daar een handvol gele hesjes. Meer niet. Vroeger ging dat wel anders. Als de burger een poot werd uitgetrokken zoals ons nu overkomt, ging de beuk er in. Men trok naar de huizen van de belastinginners (pachters) en sloeg de boel kort en klein. En dat hielp. 

COOR-32046-04-19

Oproer in Leiden geschilderd door Pieter Cattel. (Museum de Lakenhal, Leiden)

In museum De Lakenhal wordt een interessant schilderij bewaard van de Leidse schilder Pieter Cattel (1712-1753). We zien een sterk veranderd stukje Leiden tussen de Waag en de Vismarkt. Aan de Aalmarkt staat nog niet de kolos van tot voor kort V. & D., maar een rij huizen met trapgevels. Er is iets gewelddadigs aan de hand. In het tweede huis vanaf de Waag gaat een woedende menigte tekeer. Meubels, zilver en porselein worden uit de ramen gesmeten. Bedden en gordijnen aan stukken gesneden. Ruiten ingeslagen, het uithangbord met de Drie Haringen vernield. De woede kent geen grenzen. De straat ligt bezaaid met brokken, in de Rijn drijven wrakstukken rond.

RP-P-AO-28-66 - kopie

Oproer in Amsterdam

Het gebeurde op maandag 17 juni 1748. Het was het hele weekend al onrustig in de stad. De woede richtte zich tegen de pachters van de belastingen die in de ogen van het volk de oorzaak waren van de almaar stijgen prijzen van brood, hout, turf, meel en andere dagelijkse levensbehoeften. De stadsbestuurders knepen hem als een oude dief. Ze hadden ambtenaren, kraankruiers, bierdragers en iedereen die maar enigszins in dienst was van de gemeente, opgeroepen om het stadhuis te komen beschermen. De meeste pachters hadden de bui zien hangen en waren de stad ontvlucht. Het begon bij het huis van Leendert van Stipriaan, een herbergier en pachter van het brandhout. Het stadsbestuur stuurde haastig een potige slagersknecht met de opdracht de luiken van het huis te sluiten. De knecht werd met gejoel ontvangen. Hij kreeg een klap in zijn gezicht. Er werden stenen gegooid. Ruiten gingen aan scherven. De slager maakte dat hij weg kwam en zocht zijn toevlucht bij de wacht achter het stadhuis. De menigte was niet te houden en de plundering begon. Alles ging  kapot. RP-P-AO-28-66A AmsterdamAlleen een statenbijbel werd met zorg behandeld en later bij de buren afgegeven. Het volgende huis was dat van Jacob Ockhuysen, de pachter van thee en koffie. Zijn huis stond aan de Hooglandse Kerkgracht tegenover het Weeshuis. Onder luid gejoel sneuvelde een ruit. Men begon met een paal de voordeur te rammen. Toen werd er vanuit de gang een kogel dwars door de krakende deur geschoten. De raddraaiers deinsden verschrikt achteruit. Inmiddels marcheerden gewaarschuwde soldaten de Hooglandse Kerkgracht op. Iemand die een steen gooide werd met een schot los kruit in de nek getroffen. De relmakers dropen haastig af. Overal in de stad werden voor de huizen van de pachters wachten gezet. De aandacht richtte zich nu op de bakkers en herbergiers die werden gedwongen hun waar zonder de pachtopslag te verkopen. Binnen de kortste keren waren de winkels waar levensmiddelen werden verkocht leeg. De volgende dag laaiden RP-P-AO-28-66Ade rellen weer op. Men dromde samen voor één van de mooiste huizen in de stad. Het werd wel ‘Het Paleis van Venetië’ genoemd en stond aan de Nieuwe Rijn tussen de Hooigracht en de Middelste Gracht. Het was de woning van Cornelis van der Cock, de pachter van het gemaal (meel) , wijnen en gedistilleerde dranken. Het lukte niet makkelijk om daar binnen te komen, maar iemand wist dat je via het huisje van een controleur aan de Hooigracht in de tuin kon komen. Weldra stonden de eerste vernielers op de binnenplaats. Ze zagen er een schitterende

017 b NL-LdnRAL_PV_PV37592 Fiines sloopt een schouw

Fines aan het werk 

fontein en tegen de muur een soort grot. Er liepen kippen, hanen en allerlei siervogels rond. Men begon met de vogels de nek om te draaien en de fontein te vernielen. Even deinsde men terug voor de pracht die in het huis werd aangetroffen, daarna begon het vernielen. De meubels, klokken, zijde en damast, de fraai gesneden trapleuningen, het stucwerk, alles ging er aan. Er werd zelfs een doofstomme jongen, een zekere Fines, opgetrommeld die kennelijk bekend stond als een vakkundige sloper. Hem werd gewezen de marmeren schouwen af te breken. De woede kende geen grenzen. Pas toen het stadsbestuur bekend maakte dat er geen pacht meer zou worden geheven kwam de vernieling aan tal van huizen tot stilstand. 

RP-P-AO-28-66A - kopie

Het huis van belastingpachter A.M. van Arssen in Amsterdam wordt gesloopt (1748)  

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s