Het prentenboek

048 zieke 2 jongetje 3 - kopie  Een zielig sprookje uit arme tijden Daantje was bleek en mager. Hij hoestte altijd. Daarom mocht hij niet op zolder slapen bij zijn broers en zusjes. Door het hoesten hield hij iedereen wakker. In de kelder had zijn oudste broer een smalle bedstee getimmerd. Daar lag Daantje stil en alleen op een zak stro. De gekalkte muur was grauw van het vocht. Door een klein raampje hoog in de muur zag je de voeten van de voorbijgangers. ’s Nachts ritselden er  muizen over de vloer. Verder was het stil in de kelder. Je  hoorde alleen het hoesten van Daantje. ’s Morgens vroeg moest hij naar zijn baas. Hij was te zwak om te leren timmeren zoals zijn oudste broer. Naar zee zoals zijn jongere broer was onmogelijk. Als het hard waaide zou hij zo uit de touwen worden geblazen. Hij kon zelfs niet stevig schrobben en boenen zoals zijn zusje die bij een deftige mevrouw in een hoog huis aan de gracht werkte. Daantje werkte bij een prentenmaker. De baas kraste met een scherpe pen platen van bloemen en vogels in een koperen plaat. Dan werd er inkt op de plaat gesmeerd en werd die samen met een stuk papier tussen twee rollen geperst. Daan moest de prenten die nog nat waren van de inkt over een touwtje hangen zodat ze konden drogen.

048 zieke 2 jongetje 2 - kopie

Tekening Wiebke

Soms kwam een prent scheef uit de pers, of er zat niet genoeg inkt op, of de natte prent viel op de grond. Dan mopperde de baas. De mislukte prenten werden op een hoop in de hoek gegooid. En ’s avonds als het donker werd en iedereen naar huis ging omdat je de prenten niet meer goed kon zien., griste Daantje de afgekeurde prenten uit de hoop en nam ze mee naar huis. In een doos op een plankje boven in de bedstee bewaarde hij zijn schatten. Als op zondag de zon door het hoge raampje scheen ging Daantje naar de kelder. Hij pakte de doos en ging bij het tafeltje onder het raam zitten. Prent voor prent 048 zieke 2 jongetje 3hield hij in het licht. Zacht mompelde hij de namen van de planten: Kamille, koekoeksbloem, fluitekruid, sleutelbloem, judaspenning, ooievaarsbek, pinksterbloem, zevenblad en zilverschoon. Eén keer was hij met zijn broer de stad uitgegaan. Uren hadden ze door de weilanden gelopen. Overal bloeiden bloemen. In de dagen daarna dacht hij telkens weer aan de warme zon, de duizenden bloemen en de heerlijke geuren. Later als hij genoeg geld had dan wilde hij in een klein huisjes gaan wonen. Met een tuin vol bloemen. Ver weg van de stad. Waar de lucht fris en helder was en hij niet zo veel moest hoesten. Zuchtend legde hij de doos met de prenten weg. Het leek een droom. Hij bleef stil zitten peinzen tot het hoesten weer zo erg werd dat hij de trap opholde naar het plaatsje achter het huis. Hijgend van benauwdheid. Het hoesten werd steeds erger. Soms had Daantje het koud ook al liepen de mensen op straat te puffen van de warmte. Dan weer brak het zweet hem uit terwijl iedereen rillend bij de kachel kroop. Op een morgen bleef Daantje stil in bed liggen. Hij was zo ziek dat zijn benen hem niet konden dragen. Hij staarde naar het tafeltje onder het raampje. Plotseling scheen de zon in de kamer. Het werd licht alsof Daantje in een tuin stond. Op het tafeltje stond een grote vaas met wel honderd tuiten. In iedere tuit staken bloemen: kamille, koekoeksbloem, pijpekruidkruid, sleutelbloem en nog veel meer. De kleuren schitterden. Vlinders dartelden om de bloemen. Zoete en kruidige geuren dreven door het keldertje. Daantje staarde met grote ogen naar de bloemen. Hij had zich nog nooit zo blij gevoeld.   Toen zijn moeder kwam kijken waar Daantje bleef lag hij dood in de bedstee.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s