De aardbei

010 RP-T-1951-204 Over de geschiedenis van de aardbei is veel te vertellen

Lekkernij en medicijn

Ammi Phillips Strawberry girl

Het aardbeienmeisje van Ammi Phillips 

De Romeinse senator Marcus Porcius Cato, was verzot op aardbeien. Hij zag er persoonlijk op toe dat de aardbeienteelt op zijn grote boerderij alle aandacht kreeg. Cato at de aardbeien het liefst als ze in wijn gedompeld waren, of bestrooid met zout en specerijen. In de gedichten van Ovidius wordt beschreven hoe de charmante Galatea zelf aardbeien ging zoeken in de schaduw van de bossen. Plinius de Oudere roemt de aardbei vanwege haar geur en smaak. Over Keizer Karel de Grote vertelt een legende dat hij zo ingenomen was met de aardbeien die hij  van zijn gastheer in Antwerpen kreeg voorgeschoteld, dat hij de man terstond vereerde met de naam Fraise (aardbei) en een toepasselijk familiewapen waarop drie van deze vruchten stonden afgebeeld. In oude kookboeken komen aardbeirecepten voor die het water in de mond doen lopen: ‘Was de aardbeien in goede rode wijn en pers hen door een doek in een pot’, meldt een 15de eeuws kookboek. Het recept schreef vervolgens voor dat er amandelmelk moest worden toegevoegd, bloem om te binden, krenten, saffraan, peper, gember, kaneel en een heleboel suiker. Aardbeienjam werd gemaakt door de vruchten fijn te stampen in een albasten vijzel en vervolgens te koken in rozenwater. Aardbeien werden ook geprezen om hun medicinale kwaliteiten. In een herbarium uit 1484 van de tuinen in Mainz,005 1200px-Illustration_Fragaria_vesca0 (2) wordt de aardbei genoemd als middel tegen koorts, dorst, nierstenen, botbreuken, inwendige en uitwendige kneuzingen. Op oude schilderijen is de aardbei vaak weergegeven als symbool van wellust. Anderen vestigden juist de aandacht op de religieuze symboliek van de aardbei, waarbij het driedelig blad verwijst naar de Goddelijke Drievuldigheid, de vijf bloemblaadjes herinneren aan de wonden van Christus en de rode vrucht aan diens bloed. Niet iedereen was even ingenomen met de aardbei. De twaalfde eeuwse abdes Hildegard van Bingen, wees erop dat de aardbei op de grond groeit en daardoor in aanraking komt met de kwade dampen van slangen, padden, wormen en ander duivels gespuis. De befaamde dokter Vogel prees weliswaar de gunstige werking van aardbeien op de lever, maar waarschuwde voor een te sterke invloed op de nieren bij een overdadig gebruik. Dat alles mocht niet verhinderen dat de eeuwen door aardbeien in bijna geen tuin ontbraken. In de koninklijke tuinen van het Louvre groeiden in de tijd van Lodewijk XIV zelfs 12000 aardbeienplanten. Menig diner werd besloten met aardbeien gedoopt in wijn, besproeid met poedersuiker of versierd met room. Bij een kleurige tafelschikking mochten de potjes met tot ranke piramiden opgestapelde aardbeien niet ontbreken.

 

Bosaardbeitjes

009 Oberrheinischer_Meister_-_Madonna_mit_den_Erdbeeren

Madonna in de aardbeien. Museum Solothurn.

De aardbeien waarvan in oude geschriften sprake is, zijn de verschillende soorten bosaardbeien. De vruchten waren klein, smakelijk en sterk geurend. De kleur van de meeste soorten was wit, terwijl de naar de zon gekeerde zijde rood kleurde. De naam houdt in de meeste gevallen verband met de meeste opvallende eigenschappen. De oude Latijnse naam ‘Fragaria Hortensis’, verwijst naar de geur. De Franse naam is ‘Fraise’ en verwijst naar de kleur. In de meeste Europese talen wordt verwezen naar het groeien op de grond, aardbei, Erdbeere. Alleen het Engelse strawberry vormt een uitzondering, waar de taalkundigen niet goed raad mee weten. Men verwijst naar de gewoonte om de aardbeien met stro af te dekken tegen de vorst. Waarschijnlijker is dat de naam komt van het gebruik dat kinderen aardbeien aan strohalmen regen, waar ze vanaf konden worden gehapt. Je steekt het strootje aan de onderkant in de aardbei zodat het kroontje er aan de bovenkant vanzelf wordt afgeduwd.  Aanvankelijk werden aardbeien in het bos gezocht en op de markt verkocht. De monnik John Lydgate, heeft de straatkreten van het 15de eeuwse Londen beschreven, daar is ook

004 260px-Hieronymus_Bosch_038 tuin der lusten

Detail uit ‘De tuin der lusten’, van Jheronimus Bosch in het Museo del Prado, Madrid. Een mannetje komt aangelopen met een enorme aardbei als lustsymbool

sprake van ‘verse aardbeien voor een penny per strohalm’. In Shakespeare’s King Richard gaat het over bisschop Morton, die in zijn tuinen in Holborne zulke heerlijke aardbeien had, dat Richard voorstelde een flinke partij te laten halen. P.C. Hooft nodigde zijn vrienden uit op het Muiderslot, nu eens niet om boeken, maar om aardbeien te lezen (plukken). Omdat er nog geen sprake was van veredeling, kon men uitsluitend betere aardbeien krijgen door selectie. De beste plantjes werden uitgezocht en in bedden gezet, zodat een teveel aan water kon worden afgevoerd. De uitlopers werden gesnoeid. Tegen de winter moest het blad worden verwijderd om bevriezing te voorkomen en werden de bedden afgedekt met stro. Te vroege en te late bloesem werd verwijderd. De planten werden opgebonden tegen stokjes om rotting van de vruchten te voorkomen. Een bijzondere soort is de zeldzame Alpenaardbei. Een flinke smakelijke plant die twee keer per jaar vrucht draagt. Een aardbei die vooral in de Harz voorkomt,  draagt de naam ‘Knackelbeer’, omdat het plukken een knakkend geluid veroorzaakt.

001 03b290191790f6fff3d3378b0baf3a37 Frans Snyder aardbeien en anjer

Frans Snyders, Antwerpen 1579-1657

Aardbeien uit Amerika

De moderne aardbeienrassen stammen vrijwel allemaal af van kruisingen met Amerikaanse soorten. De geleerden in het kielzog van Columbus constateerden dat er in Zuid-Amerika grote hoeveelheden aardbeien groeiden van een formaat dat drie tot vier keer zo groot was als de Europese soortgenoten. Latere reizen naar Noord-Amerika brachten de reizigers in verbazing over al even fraaie aardbeien in Canada en Virginia. Botanici brachten de plantjes met grote zorg over naar de tuinen van Europa. Het schijnt dat Jean Robin, botanicus van de Franse koning Henri IV, al Canadese aardbeienplantjes in zijn Parijse tuin had. De Chileense aardbei, die in 1590 door de Spaanse priester José de Acosta was beschreven als een ‘grote witte vrucht met de smaak van kersen’ werd pas in 1712 door de Fransman Amédée-François Frézier heelhuids over de Oceaan gebracht. Helaas had Frézier uitsluitend vrouwelijke planten meegenomen, zodat er ondanks zijn goede zorgen geen vruchten kwamen. Een halve eeuw later ontdekte men dat de planten moesten worden bestoven met stuifmeel van andere aardbeien en weldra groeiden in heel Europa de afstammelingen van de Chileense soort. 

006 6757832571_67c2b3fa7c_b amadee francois frezier

Amédée François Frézier  met een afbeelding van een aardbei uit zijn boek: Relation du Voyage.

 

Aardbeipotjes

011 SK-C-1687

Aardbeienpotje geschilderd in 1696 door Adriaen Coorte (Rijksmuseum)

In Nederland werden al in de 17de eeuw op tal van plaatsen aardbeien geteeld. De boeren vonden het aantrekkelijk en eenvoudig te verzorgen gewas dat in de boomgaarden of tussen de groentebedden kon worden gekweekt. Het plukken en verkopen was meestal het werk van kinderen. Toen omstreeks 1800 door kruising van Amerikaanse rassen, nieuwe en grote soorten ontstonden, werd het kweken van aardbeien nog aantrekkelijker. Rondom Boskoop, Roelofsarendsveen, Aalsmeer en Beverwijk ontstonden ware aardbeiencentra. Uit de lijsten van de ‘Aardbeziëncompagnie’ in Boskoop blijkt dat er bijvoorbeeld in het jaar 1851 naar Den Haag 101811 potjes aardbeien werden vervoerd en naar Rotterdam en Amsterdam respectievelijk 145631 en 151829 potjes. Het transport was een verhaal op zich. Vanaf de middeleeuwen werden aardbeien vervoerd in aardewerken testjes met één of meer gaatjes in de bodem, zodat het vocht weg kon lopen. De volle bakjes werden in manden of kisten geplaatst waarop een houten ‘zoldertje’ in de vorm van een plankje kwam met daarboven weer een laag potjes. Omdat iedere plaats weer een ander soort aardbeienkop gebruikte, was de verwarring groot. In Den Haag werd dan ook in 1749 een keur gemaakt, waarmee werd

007 coll-1875.093 aardbeipotje nr. 7 Haags model

Haags aardbeienpotje

bepaald dat er in die stad alleen nog maar aardbeien te koop mochten worden aangeboden in koppen voorzien van het stadsmerk in de vorm van een ooievaartje. De stad Leiden bepaalde in 1799 eveneens: ‘dat de Potten, waarin de Aardbesien binnen deze stad zullen mogen werden verkogt, alle zullen moeten zijn van eene grootte’. In het Westland werd een uitzondering op de gangbare maten gemaakt met kleine zogenaamde ‘A-potjes’, waarin de eerste aardbeien van het seizoen te koop werden aangeboden. Thuis werden de aardbeien geschikt in mooie kommen van Chinees porselein. Menige schilder werd geïnspireerd door het fraaie contrast van de frisrode aardebeien en de blauwe kommen. In plaats van de oude soorten zoals de Zuurtjes, Koninkies, Victoria en Friese Oranjeaardbei, zijn er nu de Zomerkoninkjes. De aardewerken potjes hebben plaats gemaakt voor ‘sloffen’, die weer werden vervangen door de huidige plastic bakjes. De aardbei wordt nog altijd zeer gewaardeerd, vanwege het hoge vitamine C gehalte en natuurlijk om de smaak’ op een taart of zo op een bordje, op de ouderwetse manier besuikerd of getooid met een lik slagroom. Mmmmm.

008 historique-entreprise-Cabasset-1910-fraises-paniers aardbeienplukkers

Franse aardbeienplukkers op een foto uit 1910

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s