Een zeereis naar Indië (4)

Jan Poortenaar Djoemila Jan Poortenaar en zijn vrouw maakten een uitvoerig verslag van hun reis 

KIT01_4754-141_U

Angkawidjaja

Jan Poortenaar heeft zijn reis naar Indië in de jaren 1922-1924 uitstekend gedocumenteerd. Na terugkomst heeft hij zelfs het prettig leesbare boek ‘Een kunstreis in de tropen’, geschreven. Poortenaar en zijn vrouw Geertruida van Vladeracken hebben de

jan-poortenaar

Jan Poortenaar

reis niet gemaakt vanuit Nederland met een luxueuze mailboat, maar vanuit Londen op een vrachtschip met beperkte passagiers-accommodatie. Het artistieke stel woonde sinds 1914 in Engeland. Poortenaar was schilder, tekenaar, illustrator en uitgever. Zijn

Geertruida_van_Vladeracken_(1931)

Geertruida van Vladeracken

vrouw Geertruida was zangeres en componist. De bundels kinderliedjes van haar hand waren heel populair. De Poortenaars reisden met een wonderlijk gezelschap. Af en toe werd de verveling doorbroken met een gekostumeerd bal, waarbij de doorgaans saaie Engelse passagiers zich op wonderbaarlijke wijze uitdosten als Chinezen, Arabieren en travestieten. Het oponthoud in Port Saïd duurde wat langer dan normaal, want het schip had onderweg een grote walvis tot bloedens toe geramd. De kapitein vertrouwde de toestand van de schroef niet helemaal en stuurde duikers onder water. Poortenaar keek zijn ogen uit in de stad die wemelde van kooplui, die de reizigers geen moment met rust lieten. Hij keek met ontzetting naar de mannen op de kolenvlotten die naderbij dreven om het schip van brandstof te voorzien:’In het licht der fel-vlammende vuurpotten, die aan groote ijzeren haken bungelen, dansen de schimmen en schaduwen der Levantijnen, Arabieren en negertypen’.

download

Straatje in Batavia

Via Pinang, waar het bloedheet was en de rickshaw renners hen voortdurend omringden, niet begrijpend dat blanken voor hun plezier gingen wandelen op het smeltende asfalt, voerde de reis naar Batavia. Daar begonnen de ontvangsten en bezoeken. Geregeld traden de twee op voor allerlei gezelschappen. Geertruida zong en Jan begeleidde haar op een doorgaans nogal ontstemde piano. Een hoogtepunt vormden de bezoeken aan de kratons van Djokja en Solo. Poortenaar verbaasde zich over de vervallen paleizen, de stoffige kasten vol zilverwerk en de olifant van de sultan die met

KIT01_4754-133_U

Serimpi danseres in Djokja

Image-01zijn poot stond vastgebonden aan een pilaar en alleen op zaterdag een bad mocht nemen in de kali. Vol spanning werd de komst van de vorst afgewacht. De gasten waren om half zes aanwezig. De vorst kwam voor de zon onderging: ‘Dan komt de optocht die den Sultan begeleidt, met karossen door vele paarden getrokken. Geleiders verdrijven de vliegen met lange zwiepende pluimen’, schreef Poortenaar. De verering van de vorst ging zo ver dat de onderdanen voor een kwartje een flesje van zijn badwater kochten, dat door de aanraking met zijn lichaam geneeskrachtig was geworden. Dankbaar bewaarden zij een door de sultan gekauwde sirih-pruim. Poortenaar en zijn vrouw keken hun ogen uit bij het zien van de ranke meisjes, die dansten op de klanken van de gamelan. De dagen daarna kreeg Jan toestemming om danseressen en boogschutters te schilderen. ‘… en als ik dan voor mijn ezel sta dan komt een ijle gestalte, onhoorbaar, blootsvoets op het gladde marmer: de danseres, hoog, recht, en langzaam’. Na het bezoek aan de kratons ging de reis over Java verder.

jan-poortenaar-an-archer-of-the-guard-of-susuhunan-of-solo

Boogschutter van de Soesoehoenan van Soerakarta

Hoewel de hotels niet altijd even gerieflijk waren, was er altijd hulp genoeg tijdens de reis: ‘Er zijn steeds koelies om de bagage te dragen en karretjes om die op te laden’. Een uitnodiging voor een tripje naar Bali sloegen de Poortenaars niet af. De boeken van bijvoorbeeld W.O.J. Nieuwenkamp hadden hun nieuwsgierigheid gewekt. De reis ging toen nog per boot naar Singaraja. Daar kwamen prauwen naar het schip om passagiers en bagage op te nemen. Het laatste stukje moesten de gasten door de branding waden of op de schouders van stoere Balinezen worden gedragen. De gasten werden met de enkele auto’s die het eiland rijk waren naar de paar hotels gebracht. Poortenaar en zijn vrouw belandden in het hoog gelegen Gitgit. De twee keken hun ogen uit naar de sierlijke bevolking, ze luisterden naar de gamelan, anders dan op Java, met de schrille klanken van een fluit. Ze ergerden zich aan de roedels keffende en

H0528-L04908955

Poortje op Bali

grommende honden. In Den Pasar hing een emaille bord met reclame voor autobanden en de Poortenaars vreesden dat de komst van meer toeristen in de toekomst het einde van de Balinese cultuur zou betekenen. Ze troffen het. Tijdens hun verblijf was er een crematie met een enorme toren die door tientallen mannen werd rondgedragen en een rij houten dierfiguren waarin de doden werden gelegd, waarna alles eindigde in een enorm vuur. Het was Galungan feest, overal langs de weg stonden hoge bamboes, ‘de top was sierlijk neergebogen en aan een dunne lijn hingen van die luchtige vlechtwerken neer’. Poortenaar tekende en schilderde en met spijt vertrok het echtpaar van Bali om de tocht door Indië voort te zetten. Tenslotte werd de reis naar huis aanvaard. Singapore was nog een oosterse belevenis, maar op Malta realiseerden de Poortenaars zich, dat ze weer terug waren in de cultuur van het oude Europa.

KIT01_4754-137_U Jan Poortenaar Javaanse dessa olie

Onder de Waringin

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s