Drie oktober (1)

geneal2  Als drie oktober nadert groeit de spanning in de stad en komen de verhalen boven

Dappere Andries

007 b braun_hogenberg_II_25_b

Het beleg van Leiden in 1574

Andries loopt stilletjes door de Breestraat, zijn arm behoedzaam tegen het lijf gedrukt.  Het is een mooie zomeravond van het jaar 1574. Onder zijn kleren heeft hij een broodje verstopt. Zijn moeder heeft van het laatste roggebloem dat ze in huis had, een paar broodjes gebakken. Eén daarvan brengt hij naar zijn grootmoeder die alleen woont in haar huis aan de Windsteeg naast de Sint Pancraskerk. Bij het stadhuis lopen mannen in en uit. Andries herkent twee van de vier burgemeesters van Leiden en Jan van der Does, de nieuwe kapitein van het kleine legertje vrijbuiters dat de belegerde stad beschermt. Druk pratend gaan de mannen naar binnen. Andries komt voorbij enkele huizen waarvan de deuren en luiken gesloten zijn. Op de muur is een kruis gekalkt. Andries huivert. 

006 pestdokter

Een pestdokter

Daar wonen mensen die aan de pest lijden. Of misschien zijn ze al dood. Overal in de stad heerst honger en pest. Uit een steegje schiet een magere kat tevoorschijn, achtervolgd door een stel jongens. “Pak hem”, gillen ze. “Sla hem dood, dan vreten we hem op”. Alle konijnen en kippen in de stad zijn al opgegeten. Iedere week worden er paarden geslacht. De laatste paar koeien worden bewaard om melk voor de zieken te hebben. De Spanjaarden hebben zo’n nauwe ring om de stad gelegd. dat niemand er meer in of uit kan. Twee vrouwen met een stuk of tien kinderen hebben geprobeerd te ontsnappen aan de kant van de Marepoort. De Spanjaarden vingen ze op. Ze trokken de kleren van hun lijf en joegen de arme vluchtelingen naakt terug naar de stad. “Hoe meer eters in de stad, hoe sneller het voedsel op is”, riepen ze. De buurman van Andries werd dood thuisgebracht. Hij hield de wacht op de muur, maar toen hij even niet oplette, slopen in de avondschemering Spaanse sluipschutters door de struiken en schoten op de wachters. Twee mannen werden getroffen. Andries balt zijn vuisten. Die vervloekte Spanjaarden. Hij is inmiddels bij het huis van zijn grootmoeder. Binnen bergt ze het broodje zorgvuldig op in een kast. “Kijk eens”, zegt ze en wijst op de lege planken. “Dat is alles wat ik heb. Vroeger lag de kast vol met brood, koeken en krakelingen. Ik had kaas in de kelder en hammen in de schoorsteen. Dat is allemaal voorbij. Nou moet mijn kleinzoon een armzalig roggebroodje komen brengen. Wat een tijd. Allemaal de schuld van die oproerkraaiers”. Andries weet al wat er komt. Vol verontwaardiging gaat grootmoeder vertellen over de Beeldenstorm van acht jaar geleden. “Vreselijk, vreselijk”, begint ze. “De schilderijen en beelden in de Sint Pieters, de Sint Pancras en de Vrouwekerk. Alles is stukgeslagen. Wat hadden we een mooie kerken en kijk nu eens. Alles vernield. En wat deden de schutters? Niets, ze stonden er maar wat bij te lachen. Gelukkig hebben de burgemeesters een paar van de mooiste schilderijen op tijd uit de kerken gehaald en naar het stadhuis laten brengen”. Hoofdschuddend loopt ze door de kamer. “Die vervloekte rederijkers gingen midden op straat poppenkast spelen met de gestolen heiligenbeelden. Ze zullen branden in de hel. En dan die Lumey, die afschuwelijke

Musius3

De marteldood van Musius 

geuzenaanvoerder. Hij heeft Musius op laten hangen bij de Blauwe Steen op de Breestraat. De goeie man was een vrome priester. Hij deed geen vlieg kwaad. Hij was een geleerde, een dichter uit Delft. Daar werd hij al bedreigd door Lumey en uitgelachen door de Prins van Oranje. Hij dacht in Leiden veilig te zijn, de arme man, verschrikkelijk dat je zo aan je eind moet komen”. Grootmoeder loopt naar een heiligenbeeld in de hoek van de kamer, ze slaat een kruisje en mompelt: “Misericorde, heb medelijden, misericorde”. Zoveel goede mensen zijn gevlucht, gaat ze verder. “De kanunniken die hier om de hoek woonden, de pastoor van mijn kerk”. Ze wijst door het raam naar de Sint Pancraskerk. “Van Dam, de regent van het Elisabeth Gasthuis. Hij had twee huizen in de Koppenhinksteeg. Die is hij kwijt. Van zoutzieder Claes Claesz. hebben ze de hele voorraad zout in beslag genomen en al zijn meubels verpatst. Juffrouw Brunthen op de Hooigracht, het goeie mens deed geen vlieg kwaad, ik zag haar altijd in de kerk, al haar spullen zijn verdwenen”. Andries knikt. Hij kent de verhalen van zijn vrome grootmoeder, maar hij moet er niets van weten want hij is voor de geuzen al zijn het nog zulke woestelingen. Grootmoeder mag het niet weten, maar hij is van het nieuwe geloof. Hij hoort bij de opstandelingen, de “ketters”. Hij wil vechten tegen de Spanjaarden, de vreemde koning in Madrid en de paus in Rome. De Lage Landen moeten een republiek worden.

Hij drinkt haastig de tinnen kroes bier leeg, die grootmoeder voor hem heeft klaargezet. “Ik moet weer verder, grootmoeder”. Haastig neem hij afscheid en loopt even later door de frisse avondlucht. De zeewind brengt de geur van de weilanden en verdrijft de stank van de grachten en de mesthopen in de stad een beetje. Andries gaat herberg “De Gulden Clock” binnen. Het is er druk. “Ga zitten Dries”, zeggen een paar vrienden. De bierkruik Opnamedatum: 2010-08-18met drie oren gaat van mond tot mond. De waard komt binnen met een tinnen bord vol moutkoeken. “Meer heb ik niet jongens, je zult het hiermee moeten doen”. De mannen vallen hongerig aan. Het bord is in een mum van tijd leeg. Twee handelaars zitten te mopperen. Er valt niets meer te verdienen. De één vertelt van een partij komijnekaas uit Delft die in beslag is genomen. “Negen koeien”, zegt de ander. “Heb je dat gehoord van die negen koeien? Mooie beesten uit Heemstede. Ze zijn niet verder gekomen dan Rijnsburg”. “We moeten een uitval doen”, zegt één van de vrienden van Andries. “Niet RP-P-AO-10-15 (1)zoals je naamgenoot hopman Andries Allertszoon. Hij dacht de Spanjaarden in een hinderlaag te lokken. Dat is hem slecht bekomen. Hij heeft voor zijn lef moeten betalen met zijn leven”. “Ja, dat wel”, gromt een ander. Maar we hebben toen wel die smerige glipper Pieter Quaetgelaet gevangen”. Andries knikt. De man zat aan het roer van een boot Spaanse soldaten. Hij is de stad binnen gesleurd en doodgemarteld. “En dan die arme Leeuwken”, begint een ander. De mannen knikken. “Wat is die jongen vreselijk aan zijn einde gekomen”, gaat hij verder. “Hij was pas zestien jaar oud, maar vechten kon hij als de beste. Tot die onzalige dag een paar weken geleden. Bij een uitval is hij gesnapt door de Spanjaarden”. De waard komt bij hen staan en knikt. “De Spanjolen hebben zijn neus en oren afgesneden en hem toen aan zijn teen opgehangen. De jongen was zo lenig als een aap. Ondanks de pijn klom hij langs zijn been omhoog en wilde zich los maken. Toen hebben de lafaards hem doodgeschoten terwijl hij daar machteloos hing”. De mannen kijken zwijgend voor zich uit. Dan praat de waard verder: “Mannen ik ben op het stadhuis geweest. Er komt een uitval op donderdag 29 juli, ’s morgens om drie uur, als de Spanjaarden nog slapen. Gerrit van der Laan vaart uit met een zwaar bewapende galei. Jonker van Duvenvoorde vertrekt bij het Vlietgat. Wij gaan met het vendel van Jonker van der Does de schans bij de Boshuysenbrug aanvallen. Mees Havicksz. en zijn vendel helpen ons daarbij. Zorg dat je op tijd bent. Bind een doek om je arm zodat iedereen kan zien dat je bij ons hoort”. Hij grijnst en zegt: “Er valt ook nog wat te verdienen. Het stadsbestuur looft een bedrag uit voor iedere gedode Spanjaard”.

RP-P-AO-10-16A-1 Hongersnood onder de Leidenaren, 1574, Willem de Haen, 1612 - 1614

Hongersnood en pest in Leiden

Het is nog geen drie uur in de ochtend van donderdag 29 juli in het jaar 1574. Door de straten van Leiden lopen groepen mannen, gewapend met musketten en stokken met lange ijzeren punten. Ze sluipen door de verschillende poorten de stad uit. Andries heeft zich aangesloten bij het vendel onder leiding van Jan van der Does. Hij is met zijn vijftien jaar, de jongste van de groep. Ze gaan in de richting van de schans Boshuysen. Door de 30723150801_4c917e934f_bvaart trekken een paar mannen aan een touw, een grote platte schuit met zich mee. De andere lopen door de tuintjes en pakken alles wat ze tegenkomen aan groenten, wortelen, kool en rapen en gooien dat in manden op de boot. Als ze de schans naderen, worden ze nog voorzichtiger. Voor de voeten van Andries stuift luid snaterend, een eend uit het riet omhoog. Hij staat verstijfd van schrik. Op de muur van het fort klinken mannenstemmen. Ze praten in een vreemde taal. “Liggen”, fluistert Van der Does. De mannen geven het aan elkaar door en laten zich vallen in het gras. Na een poosje is het weer stil. Ze moeten opschieten want aan de horizon is al een streepje licht te zien. Dichtbij begint een merel te fluiten. Bij het fort smeult een vuurtje. Eromheen zitten een paar ineengedoken wachters. Dan springt Van der Does overeind enRP-P-OB-79.594 Een Spanjaard overvalt een geuzenboot, 1574, Jan Luyken, 1697 - 1699 schreeuwt door de stilte van de nacht: “Aanvallen”. De hel breekt los. Er klinken schoten van musketten. De mannen bij het vuur vallen om, getroffen door de kogels. Binnen de schans klinkt geschreeuw. Een paar Spanjaarden klimmen op de muren en worden er direct vanaf geschoten. Door de weilanden komen Leidse soldaten van het andere vendel aangerend. Ze hebben flessen vol buskruit bij zich met een lont door de hals. Ze steken de ‘bommen’ aan en smijten die over de muur. De gevolgen zijn vreselijk. Er klinken geweldige ontploffingen en geschreeuw van angst en pijn. Gewonde mannen kruipen over de muur. “Vooruit mannen”, schreeuwt Van der Does. Opnieuw ontploffen er bommen en dan klimmen de aanvallers over de beschadigde muren en wallen. De musketiers schieten op alles wat beweegt. Anderen rennen woest schreeuwend met hun speren vooruit op de vijanden af. Andries loopt met hen mee, een stok met een scherpe punt in zijn handen. Met afschuw kijkt hij naar de kermende gewonden, een man holt gillend rond, zijn kleren staan in brand. Plotseling duikt vlak voor Andries een jongen op. Hij kijkt hem aan met grote angstige ogen: “Misericorde”, smeekt hij. “Misericorde”. Andries kijkt hem onthutst aan. De Spanjaard zal niet veel ouder zijn dan hijzelf. In een flits schiet een soldaat hem voorbij en steekt met kracht zijn speer in het hart van de jongen die zonder een kik te geven, plat achterover valt. Een grote zware SoldaatSpanjaard met een zwaard rent brullend op Andries af. Hij springt opzij, maar voelt een scherpe pijn in zijn arm. De man wil opnieuw toeslaan, maar dan stort hij neer, getroffen door een kogel. “Dat was op het nippertje”, gromt een soldaat naast hem. “Let op je zaak, Dries”. Andries herkent de waard van de Gulden Clock. De herbergier heeft zijn leven gered. De gevechten gaan door tot er een stilte valt in het fort. Alle Spanjaarden zijn dood. Andries ziet vol afschuw hoe hun hoofden worden afgehakt en in manden gegooid om straks aan het stadsbestuur te laten zien. Dit als bewijs voor de premie. Met schoppen en houwelen wordt de schans stukgeslagen tot er lawaai klinkt in de verte. Van der Does geeft bevel om naar de stad terug te keren voordat er Spaanse hulptroepen komen. De boot wordt naar de stad gesleept. De mannen lopen er achteraan. Andries voelt hevige pijn in zijn arm. Het bloed stroomt langs zijn mouw. Dan valt hij flauw in het gras dat nat is van de morgendauw. Als hij weer bijkomt ligt hij thuis in de bedstee. Zijn moeder zit naast hem. “De waard van de Gulden Clock heeft je naar huis gedragen. De chirurgijn heeft je arm verbonden. Die Spanjaard heeft je flink te pakken gehad. Maar je leeft gelukkig nog”.

Andries knikt. Hij doezelt een beetje weg en ziet voor zich de angstige ogen van de Spaanse jongen. “Misericordia” mompelt hij en valt dan in een diepe slaap.

RP-P-OB-79.554 Beleg van Leiden, 1574, Simon Frisius, 1613 - 1615

Het  beleg van Leiden

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s