Een kunstenaar in Medemblik

P.J. Schotel haven Medemblik Maritiem Museum  Tot de staf van het Koninklijk Instituut voor de Marine in Medemblik (1828-1850) behoorde een tekenleraar.

Petrus Johannes Schotel storm voor Medemblik 1840 Teylers Museum

P.J. Schotel, Storm voor de kust van Medemblik (Teylers Museum)

Dat was aanvankelijk de Brusselaar Antoine Payen. Hij had een paar jaar in Nederlands-Indië gewerkt met de opdracht land en volk in beeld te brengen. Na terugkomst in Nederland werkte hij zijn schetsen uit tot een serie fraaie schilderijen. Hij had de pech dat de Minister van Koloniën ook de Marine in zijn portefeuille had. Toen het Instituut in Medemblik op 28 augustus 1829 werd geopend met een plechtige bijeenkomst in de Bonifaciuskerk, moest inderhaast een lerarencorps worden samengesteld. De minister wees Payen aan als tekenleraar voor een salaris van 1500 gulden per jaar. Dat was voor de Brusselaar een enorme overgang. Hij zag geen kans de roerige cadetten onder de duim te houden en voelde zich als Franstalige Belg doodongelukkig in Medemblik. Met veel moeite slaagde hij erin binnen een jaar weer weg te komen. Dat was trouwens in 1830 toen België in opstand kwam tegen het koninkrijk van Willem I.

P.J. Schotel haven Medemblik Maritiem Museum_2

P.J. Schotel, De haven van Medemblik. (Maritiem Museum Rotterdam)

Payen werd vervangen door de aimabele Petrus Johannes (Jan) Schotel, zoon van de beroemde Dordrechtse zeeschilder Johannes Christiaan. De 20-jarige Schotel jr. had het onmiddellijk naar zijn zin in Medemblik. Hij trouwde met zijn Dordtse verloofde en ging in Medemblik wonen. Het stel kreeg zeven kinderen, waarvan er helaas twee jong overleden. Schotel kon goed overweg met zijn collega’s, met name met de docent Jan

RP-P-OB-47.722 Portret van Jan Carel Pilaar, Johann Wilhelm Kaiser (I), naar Petrus Johannes Schotel, 1823 - 1900

Jan Carel Pilaar 

Carel Pilaar. Schotel en Pilaar namen actief deel aan het culturele leven in Medemblik. In de winter was de plaats volkomen uitgestorven en vrijwel onbereikbaar. Schotel organiseerde muziekavondjes bij hem thuis. Hij was een uitstekend pianist en zijn kinderen bespeelden verschillende instrumenten en hadden goede zangstemmen. Pilaar was één van de oprichters van de harddraverijvereniging, die natuurlijk Prins Hendrik werd genoemd, naar de zoon van Prins Willem, de latere koning Willem II en Anna Paulowna. Prins Hendrik was een marineman bij uitstek. Op zijn sterfbed werd hij nog tot admiraal benoemd. Hij bezocht Schotel in zijn atelier in Medemblik en bestelde bij hem verschillende schilderijen. Schotel kreeg ook opdracht om de ‘heldendaad’ van Van Speyk, die in Antwerpen zijn schip had laten ontploffen, in beeld te brengen op twee enorme doeken. Aan Schotel danken we

RP-T-1970-4-25

Mij. tot Nut van ’t Algemeen organiseerde culturele avonden in kasteel Radboud

schilderijen en tekeningen, die in Medemblik zijn ontstaan en waarop soms de haven van Medemblik te zien is. Schotel heeft in zijn Medemblikse jaren zeer veel geschilderd en getekend. Niettemin vond hij tijd voor zijn gezin, de cadetten van het instituut droegen hem op handen en gasten uit binnen- en buitenland wisten hem te vinden. Zo kwam Truitje Toussaint, die later bekend zou worden als de schrijfster Geertruida Bosboom-Toussaint, naar Medemblik. De Schotels kenden haar nog uit Dordrecht. In 1849 overleed Pilaar, die veel voor Medemblik had betekend. Schotel

RP-P-OB-88.072 Gedrukt bij wed Vermande in Medemblik jaren 40 19de eeuw

De lange winteravonden werden gekort met het vermakelijk ganzenspel gedrukt bij de wed. Vermande in Medemblik

maakte naar een Daguerrotypie een tekening die werd gegraveerd en verspreid met de bedoeling van de opbrengst een monument op het graf van Pilaar op te richten. Er kwam te weinig geld binnen, maar Schotel paste het tekort bij. Bij de onthulling van het monument liet de Gemeente Medemblik verstek gaan. Men had gehoord dat het Marine Instituut uit Medemblik zou verdwijnen en had daarover danig de pest in. Inderdaad vertrok het Instituut in 1850 naar Breda. Schotel was in de veronderstelling dat hij in Breda een zelfde positie zou krijgen. Hij was al bezig om daar een huis te kopen. Tot zijn grote teleurstelling kreeg hij de gewenste positie niet. Hij werd op wachtgeld gezet en ging in Kampen wonen. In 1860 verhuisde hij naar Düsseldorf – veel van zijn klanten waren Duitsers – waar hij in 1865 overleed.

Het vertrek van het Koninklijk Instituut was een enorme klap voor de stad. Medemblik is veel dank verschuldigd aan Pilaar en Schotel. Het voormalig Marinegebouw aan de Westerhaven bleef gelukkig grotendeels gespaard en de in Medemblik ontstane tekeningen en schilderijen van Schotel prijken in belangrijke collecties.  

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s