Piet de Smeerpoets

001   Allemaal kennen we Piet de Smeerpoets, maar wie heeft het verhaal geschreven en waarom? 

004

De ‘oer’ Struwwelpeter uit 1844

Struwwelpeter

Het was in de winter van 1844. Dokter Heinrich Hoffmann dwaalde door de straten van Frankfurt op zoek naar een kerstgeschenk voor zijn driejarige zoon Carl Philipp. Hij was op zoek naar een boek, met illustraties die een klein kind zouden aanspreken. Naarmate hij meer boekwinkels bezocht, groeide zijn ergernis. Boeken voor de allerkleinsten stonden vol met afbeeldingen van alledaagse dingen: een stoel, een tafel, een kast, een spiegel. Het paste in de didactiek van zijn tijd. De jongste kinderen moesten kennis krijgen van voorwerpen om hen heen. Sprookjes vond men veelal te verderfelijk voor de kleinen. Er werd zelfs gewaarschuwd voor de omgang met dienstmeiden, die de kinderen verkeerde verhalen zouden vertellen. Voor verhalen over de natuur, reizen of voorbeelden van brave kinderen was een kleuter nog te jong. Tenslotte kwam dokter Hoffmann tot verbazing van zijn vrouw, thuis met een blanco tekenschrift. ‘We maken zelf een boek’, zei hij. Met pen en potlood ging hij aan de slag. In korte tijd vulde hij het album met bonte figuren, waarvan Struwwelpeter (Piet de Smeerpoets) het bekendste werd. Het Duitse woord Struwwelkopf of Strubbelkopf heeft als betekenis: ‘Iemand met een warrige haardos’. Struwwelpeter is een jongetje dat zich niet verzorgt. Zijn haren wapperen naar alle kanten, zijn nagels groeien tot enorme lengte. De boodschap was duidelijk. Het verhaal is tamelijk onschuldig. Maar de ‘Struwwelpeter’, zoals de naam van het hele kinderboek werd, bevat veel gruwelijker verhalen. Wat te denken van het meisje dat met lucifers speelt en in brand vliegt? Alleen haar schoenen en een hoopje as blijven over na het drama. Of het meisje dat, ondanks vele waarschuwingen, op haar duim blijft zuigen? Tenslotte wordt de hulp van de kleermaker ingeroepen, die zonder scrupules de duim van de hand van het arme kind afknipt. Sinterklaas komt ook voor in het boekje. Hij ergert zich aan de kinderen die zijn zwarte knecht bespotten. Pardoes worden de deugnieten in een grote inktpot gedompeld om voortaan zwart door het leven te gaan. Onze omstreden Zwarte Piet komt trouwens meer voor in de tijd van de auteur. Hij vertelt in zijn memoires hoe kinderen bang werden gemaakt met de schoorsteenveger, zo zwart als roet. (zoals onze Zwarte Piet) Maar behalve de schoorsteenveger, gold ook de dokter met zijn naalden, mesjes en klisteerspuiten als boeman.  Het gevolg was dat kinderen het al op een schreeuwen zetten als de dokter met zijn tas de kamer binnenkwam. Hoffmann pakte dan een stuk papier en schetste een slordig jongetje waarvan de haren en de nagels almaar groeiden. De patiëntjes 008kalmeerden en keken nieuwsgierig naar de tekening. Overigens kwam het verhaaltje van Struwwelpeter pas helemaal achterin de eerste uitgave van het boek. Maar het jongetje met het warrige haar werd zo populair dat Struwwelpeter in de volgende uitgaven van het boekje snel naar voren werd gehaald en zelfs ‘coverstory’ werd.

Het kerstgeschenk was op tijd klaar. De klein Carl was er zeer mee ingenomen, maar vrienden en familie maakten zich zorgen dat de dreumes het unieke werkje zou beschadigen. Zij waren verrukt van de Struwwelpeter en drongen er bij Hoffmann op aan dat hij het boekje zou uitgeven. Daar voelde de arts aanvankelijk niets voor. Hij wilde niet de geschiedenis ingaan als kinderboekenverkoper. Liever vroeg hij aandacht voor zijn werk in de geneeskunde. Tijdens een vriendenavond tenslotte, liet hij zich overhalen door boekhandelaar Dr. Loening, die juist met zijn compagnon Rütten een uitgeverij op poten zette. Voor de vriendenprijs van tachtig gulden deed Hoffmann afstand van het manuscript. Er werden 1500 exemplaren gedrukt, waarbij zowel de tekeningen als de geschreven tekst van Hoffmann werden gelithografeerd. Binnen de kortste keren was het boek uitverkocht en werd begonnen met een herdruk, waarna er nog tientallen zouden volgen. 

005 struwwelpeter4

Eén van de latere drukken

 

Arts

Heinrich Hoffmann werd geboren op 13 juni 1809 in Frankfurt am Main. Zijn moeder overleed een half jaar na zijn geboorte. Drie jaar later hertrouwde zijn vader met de zuster van zijn overleden vrouw. Zij was voor Heinrich een liefdevolle moeder. Vader Hoffmann was als architect in dienst van de stad Frankfurt, belast met de zorg voor het

003

De elfjarige Heinrich in zijn belijdenispakje 

onderhoud van wegen en bruggen en het aanleggen van riolen. De kleine Heinrich was een fantasierijke babbelkous. Zijn grootste genoegen was het om met zijn grootmoeder naar haar tuin even buiten de stadspoorten te gaan. Daar kon hij spitten en graven en zijn verbeelding de ruimte geven. Het waren sombere tijden. Napoleon verscheurde Europa met zijn oorlogen. Regelmatig werden er in huize Hoffmann soldaten ingekwartierd. Op een keer was er een Russische majoor in huis die de nodige lijfeigenen bij zich had. Op een dag droeg zijn dronken kok mislukte soep naar binnen. De majoor ontstak in woede. Hij liet de kok uitkleden en vastbinden en maakte zich gereed om de dronkenlap af te ranselen met een knoet. Toen kwam vader Hoffmann tussenbeide. Hij stond dergelijke afstraffingen in zijn huis niet toe. Het maakte op de kleine Heinrich een onvergetelijke indruk. Zijn schooltijd was voor het zwakke ventje een minder gelukkige tijd. Hij werd vaak gepest en geslagen.  Hij vluchtte dan naar huis en verschool zich in zijn fantasiewereld. Hij kon goed tekenen en maakte er zelf verhaaltjes bij . Op elfjarige leeftijd tekende hij zichzelf in het pakje waarin hij belijdenis deed. Een beduusd ventje dat verdrinkt in zijn frak en hoge hoed. Op het gymnasium had Heinrich het meer naar zijn zin. Ondanks het veeleisende schoolprogramma, was er tijd voor vrienden. De welbespraakte en originele Heinrich werd een graag geziene gast. In de zomer maakte hij met zijn kameraden met een minimaal budget, reisjes langs de Rijn. Iedere minuut die overbleef, besteedde hij aan lezen. Een gelukkige omstandigheid daarbij was dat de vader van een vriend een uitleenbibliotheek dreef. De tijd naderde dat er aan de toekomst moest worden gedacht met een weloverwogen beroepskeuze. De nuchtere vader Hoffmann somde alle mogelijke beroepen op, van advocaat en predikant tot leraar of ambtenaar. In schrille bewoordingen noemde hij de nadelen van elk vak. Tenslotte bleef alleen de arts over, als vriend en dienaar van de mensheid. Na ampele overwegingen werd besloten dat Heinrich medicijnen zou gaan studeren. Na wat lessen over anatomie bij een veearts, begon hij in 1829 aan de werkelijke studie in Heidelberg. Een stad vol verleidingen die uitnodigde tot allerlei vormen van vermaak, maar bepaald niet tot studeren. Gebukt onder voortdurend geldgebrek en afgeleid door feestjes en reisjes, wist Heinrich zijn studie toch tot een redelijk einde te brengen. Daarna volgde een praktijkopleiding in Halle, waar de arts in opleiding werd geconfronteerd met lijders aan cholera, ondervoeding en pokken. De pokken kwamen nog veelvuldig voor omdat de, inmiddels door dokter Jenner uitgevonden vaccinatie, nog lang niet overal werd toegepast. Heinrich boekte zulke goede resultaten, dat hij aan het eind van zijn studie een stipendium kreeg, dat hem in staat stelde om ervaring op te doen bij chirurgen en psychiaters in Parijs. Ook daar vond onze student voldoende tijd om zijn studiegenoten te vermaken met zijn tirades en satires.

002 Heinrich_Hoffmann_(writer)_-_Struwwelpeter_Museum_-_Frankfurt_am_Main_-_DSC03016 (1) Eugen Klimsch, 1889. Struwwelpeter Museum

Heinrich Hoffmann geschilderd in 1889 door Eugen Klimsch

In 1834 keerde Heinrich hals over kop terug naar Frankfurt. Zijn vader was ernstig ziek en overleed enkele weken later. De zorg voor zijn moeder en twee zusters, rustte nu op zijn schouders. Hij kreeg een baantje bij de armenkliniek en kreeg een dorp toegewezen waar hij te voet één dag per week zieken bezocht en assisteerde bij moeilijke bevallingen. Hij trouwde in 1840 met Thérèse Donner en een jaar later werd zijn zoontje Carl Philipp geboren. Er zouden nog een dochter en een zoon volgen. Het was de kleine Carl Philipp voor wie dokter Hoffmann in 1844 zijn ‘Struwwelpeter’ schreef.

 

Bestseller

016 struwwelpeter engelse uitgave

Engelse uitgave

Het lange leven van Hoffmann was vol van taken en verplichtingen. Met zijn aanvankelijk bescheiden salaris, droeg hij de zorg voor het grote gezin dat bestond uit zijn moeder, zijn zussen, zijn eigen vrouw en kinderen en dan nog zijn jong weduwe geworden zuster en haar kinderen. Hij zette zich volop in voor de geneeskundige verzorging van de armen en streefde naar de bouw van een nieuwe psychiatrische inrichting in Frankfurt. Hij schreef daartoe onder meer bevlogen artikelen in de plaatselijke krant. In 1851 kwam de inrichting tot stand. Hoffmann werd er leidend arts en nam zijn intrek in een dienstwoning. Naast zijn werk vond hij tijd voor de omgang met vrienden en zijn lidmaatschap van verschillende gezelschappen. Hij was een geliefd spreker, maakte gedichten en tekende karikaturen. Af en toe verscheen van hem een bundeltje zoals in 1853 het ‘Breviarium der Ehe’, vol brave gedichtjes over het huwelijk, zoals dat over het ‘wapen van de vrouw’, haar glimlach, maar vooral haar tranen:

‘Ein freundlich Lächeln kann schon Vieles wenden,007

Ein schmeichlend Bitten schliesst sich mächtig an,

Und eine Thräne kann den Kampf beenden;

Aus dem Gebieter wird ein Untherthan’.

 

Regelmatig publiceerde Hoffmann over zijn werk onder de geesteszieken. In 1859 verscheen zijn, met Duitse ‘Gründlichkeit’ samengestelde boek, over zijn omgang met zwakzinnigen. Hoffmann had daarbij de makke dat hij werkte tijdens het vacuüm in de zorg voor psychiatrische patiënten in het midden van de 19de eeuw. De ideeën van de Franse Revolutie om krankzinnigen te bevrijden van hun ketenen waren mislukt. De tijd van de psychoanalyse was nog niet aangebroken. Van medicijen was nog geen sprake. Hier en daar werd geëxperimenteerd met waterbaden en dergelijke, maar de therapie in de kliniek in Frankfurt bestond nog in hoofdzaak uit het opsluiten van patiënten die een gevaar vormden voor zichzelf en anderen. Handelbare patiënten werden te werk gesteld in de tuinen rondom het instituut zodat ze ’s avonds doodmoe in bed vielen.

Ondertussen ging het succes van Struwwelpeter ongehinderd voort. De ene druk verscheen na de andere. Al in 1876 werd de uitgave van de honderdste druk gevierd. In 1917 kwam de vierhonderdste druk van de pers. Er verschenen vertalingen in het Nederlands (Piet de Smeerpoets), Engels, Frans, Zweeds en nog veel meer talen,

018

De ‘Struwwelhitler’

zelfs in het Latijn. Anderen probeerden mee te liften op het 020 STRUWWELLIESE_0002succes en stelden boekjes samen zoals Struwwelliese en Struwelpaar of vermeldden op hun uitgave dat het een Struwwelpeterverhaal betrof, waarmee de Struwwelpeter tot een genre werd. Ook verschenen er parodieën zoals in 1941 in Engeland de ‘Struwwelhitler. A Nazi Story Book by Doktor Schrecklichkeit’, waarbij de verschrikkingen van Hitler werden geparodieerd met de verhaaltjes uit de Struwwelpeter.

 

Ander werk

Heinrich Hoffmann liet zich verschillende malen verleiden tot pogingen om zijn succes met Struwwelpeter te evenaren. In 1851 verscheen ‘König Nussknacker und der arme Reinhold’. Hoffmann nam tot verbazing van de douane een koffer vol speelgoed mee van een bezoek aan Neurenberg, waaronder een houten notenkraker in de vorm van een koning. Het speelgoed zou figuren in zijn nieuwe kinderboek. Hoffmann was erg gehecht 011aan de uitgave van zijn Notenkraker. In het boekje trekken in de koortsdromen van een ziek jongetje, allerlei speelgoedfiguren en personages uit de Struwwelpeter voorbij. De volgende dag is het jongetje beter en vindt hij onder de kerstboom alle speelgoedfiguren waarvan hij heeft gedroomd. De auteur raakte met het boekje in de problemen toen ijverige beambten concludeerden dat een loflied op koning Notenkraker nogal leek op de Keizershymne. De verkoop werd stilgelegd. In een nieuwe druk werden de gewraakte regels geschrapt en later werd ook de ooievaar die baby’s bracht, uit de verhalen geschrapt.  In 1854 verscheen ‘Bastian der Faulpelz’,013 A1GrxbVzVSL Bastian der Faulpelz een verhaal over een luiwammes, die spijbelt en zijn tijd verlummelt. Hij eindigt dan ook als bedelaar. Het in 1858 verschenen ‘Im Himmel und auf Erde’, heeft aan het eind een echte ‘cliffhanger’. We zien een jongetje dat door een spleet in de hemelpoort loert. Hoffmann eindigt met de woorden dat hij de volgende keer ‘de sleutel van de hemelpoort’, mee zou nemen. Die volgende keer duurde te lang voor de kinderen. Pas twaalf jaar later verscheen zijn ‘Prinz Grünewald und Perlenfein’, een vrolijk boek vol feesten en smulpartijen. Hoffmann richtte zich met dit boek op zijn kleinkinderen. Niet alleen de kleintjes genoten van de boeken van Hoffmann. Bij een bezoek van keizer Wilhelm I aan Frankfurt, vertelde iemand in het gevolg dat de aanwezige dokter Hoffmann, de schrijver was van de Struwwelpeter. De keizer liet Hoffmann de volgende morgen bij zich roepen en verklaarde dat hij bijzonder genoot van de avonturen van Struwwelpeter.

Voor velen is Struwwelpeter een begrip, ook in Nederland met de vertaling als Piet de Smeerpoets. Het is een raadsel waarom nu juist dit,  meer dan anderhalve eeuw geleden verschenen boek met even eenvoudige, als gruwelijke verhaaltjes, zo’n wereldsucces is geworden.

012

De tekening in König Nussknacker van ooievaars die kindertjes brengen werd pedagogisch onverantwoord gevonden 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s