Fraude op het Leidse stadhuis

005 c NL-LdnRAL_PV_PV37861.2_2  Na het overlijden van de gemeentesecretaris in 1838 kwam een grote fraude aan het licht

Het_stadhuis_te_Leiden_door_Cornelis_Springer (1)

Het stadhuis geschilder door Cornelis Springer 

Op 2 augustus 1838 werd de Leidse gemeentesecretaris Pière Antoine du Pui ernstig ziek. Drie dagen later was hij dood. Men schudde alom meewarig het hoofd. De man was nog maar 53 en had zijn ambt gedurende 26 jaar tot ieders tevredenheid vervuld. Na de begrafenis bracht de weduwe de sleutels van de kasten en kisten die haar echtgenoot beheerde naar het stadhuis. Men veronderstelde de zaken snel te kunnen afhandelen, maar kwam tot een ontdekking die Leiden op haar grondvesten deed schudden. Het bleek dat de secretaris, daarbij geholpen door de klerken Seyn en Bakker gedurende een lange reeks van jaren geld achterover had gedrukt, gemiddeld per jaar wel twee keer zijn salaris. Ontvanger Puttkammer had vol vertrouwen de secretaris zijn gang laten gaan en altijd getekend zonder de stukken te zien. De Pui beheerde allerlei fondsen en ging over de inkomsten van de trekvaarten, verpachtingen en gedeclareerde kosten. Na veel rekenwerk bleek het totale tekort ruim 170.000 gulden te belopen. Dat was meer dan de helft van de jaarlijkse begroting van de stad. Men zat met de handen in het haar. Den Haag ging zich met de zaak bemoeien en eiste opheldering. Backer en Seyn werden opgepakt en voor de rechtbank gebracht. Bij Backer bleek niets te halen, maar Seyn beschikte over een grote collectie kunst en rariteiten. Beide heren werden veroordeeld tot een half uur te schande staan voor het stadhuis, hoge boetes en fikse gevangenisstraffen. Seyn ging zes en Backer tien jaar de bak in. Van Puttkammer werd aangesproken op zijn nalatigheid en ook van de weduwe Du Pui werd verwacht dat zij met een flink bedrag over de brug zou komen. Maar dat zou nooit genoeg zijn om het tekort te dekken. Den Haag werd ongeduldig. Toen gebeurde er een wonder. In een besloten raadsvergadering werd meegedeeld dat een anonieme schenker 100 Russische aandelen met een waarde van elk duizend gulden had geschonken. Een zucht van verlichting ging door de stad. Met allerlei schikkingen werd door de betrokkenen zoveel geld bijeen gebracht dat de resterende schuld werd berekend op een kleine 89000 gulden. De gulle gever ontving prompt de teveel ontvangen aandelen met rente terug. Er werd gefluisterd dat Leiden was gered door een schenking van Koning Willem I. Pas later lekte uit dat het geld afkomstig was van het schatrijke kinderloze raadslid Diederik van Leyden Gael. De man die woonde in Het Gulden Vlies aan de Breestraat, niet ver van het huis van Du Pui op de hoek van de Bakkersteeg, had zijn stad in één klap uit de penarie geholpen.

005 c NL-LdnRAL_PV_PV37861.2

Spotprent op de handlangers van de overleden Du Pui. In het midden Casper Seyn met spullen gekocht met het verduisterde geld. De bakker verwijst naar Jan Christiaan Backer en de pauw naar stadsarchitect Van der Pauw. Beiden gingen voor jaren de bak in 

 (verhaaltje uit mijn boekje ‘Glippers en Ballen’. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s