De eerste Leidse Moslim

010 a LEI001018954  In het jaar 1885 werd de jonge Leidse wetenschapper Christiaan Snouck Hurgronje moslim en reisde naar Mekka. 

010 b Ill door S. Keijzer. De bedevaart der inlanders naar Mekka 1871

‘In den namiddag van één der laatste Februaridagen van het jaar 632 onzer jaartelling kon men eene onafzienbare menigte menschen zich zien bewegen in de richting van het Arabische stadje Jathrib (Medina) naar het zuiden. Stedelingen en Bedowienen, voetgangers en bereiders van kamelen en paarden zag men in bonte verscheidenheid van kleederdracht den weg der karavanen als ’t ware verstoppen. Omtrent in het midden van den stoet reed een man, ruim 60 jaren oud op een kameel, welks oude pakezel slechts met een versleten kleed was bedekt; op hem waren de eerbiedige blikken der hem omringende menigte gevestigd – het was Mohammed, de profeet van Mekka’.

COLLECTIE_TROPENMUSEUM_Mekkagangers_uit_Ambon_Key_en_Banda_(Molukken)_in_het_Nederlandse_Consulaat_in_Jeddah_Saoedi_Arabië_TMnr_10001261

Bedevaartgangers van Kei (Molukken) en Banda, gefotografeerd door Snouck Hurgronje

Zo begint het proefschrift met de titel ‘Het Mekkaansche Feest”, waarmee de 23 jarige student Christiaan Snouck Hurgronje in 1880 met lof promoveerde. Na de inleiding volgt een beschrijving van de Islam, die insloeg als een bom. De wetenschappers vroegen zich af waar de jonge geleerde die kennis vandaan had. Het antwoord was dat de jonge Christiaan naar Mekka was gereisd, de taal leerde, toegang kreeg tot de Arabische geschriften en kennis vergaarde waar geen westerling weet van had. Na een studie Semitische talen met als specialisatie Arabisch en kennis van de Islam, was het hem met veel moeite gelukt toestemming te krijgen om naar Djedda te reizen. Hij werd ondervraagd door moslim geleerden en waarschijnlijk is hij ook moslim geworden, inclusief een besnijdenis, hoewel hij zich daar nooit over heeft uitgelaten. In ieder geval kreeg hij toestemming om naar Mekka te reizen, een plaats die streng verboden was voor niet-moslims. Zijn naam werd veranderd in Abd-El Ghaffar. El Ghaffar is één van de namen voor Allah in de betekenis van ‘Hij die vergeeft”. Snouck Hurgronje verbleef er niet alleen in de tijd van de bedevaarten maar ook in de rustige tijd daartussen zodat hij het normale leven kon bestuderen en contacten leggen met geleerden en gewone mensen. Ondertussen maakte hij foto’s en verzamelde onschatbaar materiaal. Zijn aandacht ging vooral uit naar de moslims uit Nederlands-Indië die de reis naar Mekka maakten en daar vaak een poosje bleven. Aan zijn verblijf kwam een abrupt einde. Door intrigues en verdachtmakingen vanuit het Franse consulaat moest hij op last van de Turkse gouverneur ijlings het land verlaten. (In die tijd stond een groot deel van de Arabische wereld onder Turks bewind). Gelukkig zag de Nederlandse consul kans om de waardevolle documentatie van Snouck te achterhalen en hem na te zenden. Hij gebruikte dat voor zijn in het Duits geschreven standaardwerk ‘Mekka’ met informatie en foto’s die in het westen volslagen onbekend waren.

snouckhurgronje afb

Snouck Hurgronje in zijn studeerkamer 

Terug in Leiden hield Snouck Hurgronje zich bezig met verdere studie, daarnaast gaf hij les aan ambtenaren die op het punt stonden naar Indië uitgezonden te worden. Een gesprek met de gouverneur van Atjeh bracht hem op het idee om opnieuw als moslim op reis te gaan en nu naar Sumatra. Hij kreeg toestemming maar werd bij aankomst door de Nederlandse overheid gesommeerd zijn plannen te wijzigen en direct door te reizen naar Batavia. Snouck moest Van Heutz adviseren over Atjeh waar al jaren een strijd om de vrijheid woedde. Snouck trouwde met de dochter van een hooggeplaatste Indische moslim hetgeen bij de Nederlanders een rel veroorzaakte. Snouck deed de zaak af met de smoes dat het een schijnvertoning was geweest met als enig doel kennis te vergaren over de huwelijksgebruiken. Ondertussen kreeg hij wel vier kinderen en toen zijn vrouw overleed trouwde hij opnieuw met een moslimvrouw en kreeg nog een kind. Kort daarop, in 1906, reisde Snouck terug naar Nederland. Hij liet zijn vrouw en kinderen

DIFLWtdXoAATqjk Prins Saoed van Saoedie Arabië met Snouck

Ontvangst van prins Saud in de Universiteits Bibliotheek aan het Rapenburg

achter en wilde geen contact meer met hen hebben. Hij trouwde in 1910 met de Nederlandse Ida van Oort en kreeg bij haar een dochter, Christien. Het echtpaar woonde in het prachtige huis aan het Rapenburg nr. 61. Snouck bracht er zijn collectie en bibliotheek onder en ontving gasten uit de hele wereld. Van tijd tot tijd keken de Leidenaars vreemd op wanneer zich exotisch uitgedoste Arabische gezelschappen op het Rapenburg meldden. Hij stierf in 1936. Zijn vrouw verkocht het grote huis aan het Leids Universitair Fonds dat het monumentale pand bestemde voor culturele doeleinden. Snouck Hurgronje heeft in zijn leven baanbrekend werk verricht wat betreft de kennis van de Islam. Hij was een harde werker hoewel hij zijn proefschrift bescheiden besloot met de woorden uit de Koran: “Van niemand wordt meer geëist dan hij vermag”.

010 e LEI001024378

Het Snouck Hurgronje Huis aan het Rapenburg 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s