Javaanse ogen

7f119  In het begin van de jaren tachtig heb ik een paar keer een prijs gewonnen met een verhalenwedstrijd uitgeschreven door de firma Theodorus Niemeyer om hun tabaksmerk ‘Javaanse jongens’, te promoten. De verhalen van de winnaars werden paginagroot afgedrukt in allerlei tijdschriften. Ik ga er de komende tijd een paar op mijn site: www.ruudspruit.com  en facebook zetten, te beginnen met: 

‘Javaanse ogen’

4fd00aa0-3b7a-012d-0347-0050569439b1

De vlag hing uit  toen hij thuiskwam. Op tafel stond een grote taart met ‘Welkom thuis’ erop en kunstig in room getrokken, de hoog oprijzende boeg van een schip. De familie zat twee rijen dik tot in de alkoof. En nog steeds ging de bel en stommelde visite de trap op.

‘Was het echt zo warm in Indonesië, Wim?’ ‘Zijn jullie nog aangevallen?’ Steeds weer dezelfde vragen. Wim vertelde geduldig zijn verhaal. De vrouwen keken de kamer rond. Het muurvlak boven de schoorsteen was veranderd. De koperen bel en de vergeelde kunstfoto van een schaapskooi hadden plaatsgemaakt voor een gebatikte doek met de punt artistiek over de schoorsteenmantel gedrapeerd. Schuin over de doek hing een kris. In een Delftse vaas stond een wajangpop met een grote rozige neus en uitpuilende ogen. De mannen waren niet geïnteresseerd in die snuisterijen. Hun blikken dwaalden steeds naar het meisje. Die Wim, wie had dat gedacht, een Indonesisch vrouwtje. Stille wateren … Bedeesd zat ze naast Wim, met een glimlach op haar ronde gezicht. ‘Spreekt u Hollands, juffrouw?’, vroeg een oom die als ervaren bekend stond. Ze keek op, zodat even haar grote schuwe ogen te zien waren en knikte. Er klonk een zucht; de vrouwen begonnen onrustig te worden. De vreemde vrouw paste niet in die Hollandse huiskamer met glanzende meubelen en geboend zeil. Ze verstoorde de krampachtige zekerheid van mensen die deden alsof ze de oorlog waren vergeten. Het bezoek ging vroeg weg. De exotische hapjes bleven onaangeroerd op tafel achter.  

Wim kon terugkomen in zijn oude baan op de touwfabriek. Zijn vrouw wachtte iedere avond met pantoffels en een soort huisjasje, dat ze voor hem had gemaakt. Vele uren bracht ze door in de keuken, zacht Maleise liedjes zingend. De buren klaagden over de uitheemse geuren, die de kool- en aardappelluchtjes uit het trappenhuis verdrongen.

Wim sliep slecht. Telkens weer herinnerde hij zich die ogen. Tijdens een patrouille in Indonesië was hij als zo vaak wat achterop geraakt. Zwetend stond hij stil. Als uit het niets sprong plotseling een Indische jongen op de weg. Hij zwaaide zo onhandig met zijn geweer, dat Wim het eerst schoot; pardoes, zonder na te denken, trillend van schrik. De jongen viel als een pop achterover in de modder van de stukgereden weg. Hij leefde nog, bloed stroomde over zijn naakte bovenlijf. Zijn ogen vulden zich met sprakeloze verbazing. Hij was dood voordat Wims kameraden naderbij waren gerend. Wim bleef naar het dode gezicht kijken tot de soldaten het lijk ruw opzij rolden en Wim op de schouders begonnen te slaan en hem zenuwachtig feliciteerden met zijn overwinning.

Soms, als de buren scholden over de etensluchten, zag WimWK_Raja_Munda_Wuktur_03 hoe zijn vrouw voor zich uit staarde met een blik die hem onrustig maakte. Hij nam nachtdienst. Nu hij overdag moest slapen, verjoeg zijn vrouw met overslaand gefluister de jengelende kinderen die voor de deur en onder de ramen speelden. Op een dag werd Wim thuisgebracht met de auto van de baas. Hij was zomaar in elkaar gezakt achter de machines. ‘Zijn hart’, zei de dokter stug en hij vertelde met nadruk hoe met de medicijnen moest worden omgegaan. Wim zat doodstil in een stoel. Hij keek naar zijn vrouw, die toen de dokter weg was, een drankje maakte dat hij ooit in een kampong had geroken. Na weken knapte hij langzaam op. Zijn vrouw vertroetelde hem, ze maakte lekkere hapjes en was voortdurend om hem heen.

‘Wat is dat wijf weer een rotzooi aan het bakken’, gilde een schrille stem op een avond van een balkon. Door een open raam werd verontwaardigd ingestemd. Kinderen bonkten op de deur. Ze schreeuwden door de brievenbus: ‘Orang-oetan, pindawijf!’ ‘Laat gaan’, gebaarde Wim. Maar zijn vrouw stoof overeind, rukte de deur open en riep de wegstuivende kinderen Hollandse- en Maleise scheldwoorden achterna. Toen ze hijgend binnenkwam zat Wim dood in zijn stoel. Ze hurkte naast hem en staarde zacht neuriënd naar zijn dode gezicht. Haar ogen vulden zich met sprakeloze verbazing.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s