Apenstreken

0c8b4082-1f09-11e5-815f-635b6e2da40e 001 apenschedeltje   Een apenschedeltje met bijzondere kracht 

Pim was een bedeesde jongen. Hij hield niet van wilde spelletjes. Als de jongens uit zijn klas kattenkwaad uithaalden ging hij er stiekem vandoor. Het liefst sloot hij zich op in zijn kamertje. Dat was een geheimzinnig hol met kasten en dozen vol spullen die Pim had gevonden. Bijzondere schelpen van het strand. Het geraamte van een kraai dat achter in de tuin onder de bladeren lag. Plaatjes van wonderlijke dieren en vreemd

001 Boekenwinkel

Tek. Wiebke

uitgedoste mensen uit verre landen. Al zijn zakgeld maakte Pim op aan boeken, platen en spullen die hij vond op markten en in rommelwinkeltjes. Het liefst ging hij snuffelen in een lange smalle winkel in een oud huis, dat tegen de Grote Kerk was gebouwd. De eigenaar zat altijd in een hoekje te lezen en Pim kon rustig zijn gang gaan. Op een dag vond hij een wonderlijk schedeltje, bruin van ouderdom. Hij tilde het op, hield het tegen het licht en voelde een vreemd verlangen in zich opkomen. Hij moest en zou het schedeltje hebben. “Het is een apenschedeltje”, zei de winkelier. Hij legde zijn boek neer. “Het is van een aapje uit Borneo. Een lastpak. Het aapje klimt in de huizen en pakt er van alles weg. Soms slingert hij door de bomen en rukt met een zwaai de hoed van het hoofd van mensen die voorbij komen. Hij springt bij kinderen op de schouders en trekt aan hun haren zo

001 Rariteitenwinkel

Tek. Wiebke

hard hij kan. Als ze hem willen pakken zit hij alweer hoog in een boom te krijsen alsof hij je uitlacht. Het is een echte deugniet.” Pim legde zijn zakgeld van een hele week op de toonbank. De man keek er peinzend naar. Pims hart bonsde. Zou het genoeg zijn. “Het is te weinig”, zei de man. “Veel te weinig, maar vooruit, neem hem maar mee.”  Het schedeltje werd in een stuk krant gepakt en Pim liep er opgetogen mee naar huis. Die nacht had Pim allerlei vreemde dromen. Hij dwaalde door een oerwoud. Met moeite wist hij een weg te vinden door het dichte struikgewas onder de hoge bomen. Aan de takken hingen slangen die sisten als hij voorbij liep. Voor zijn voeten schoten allerlei kleine dieren weg. Apen slingerden luid schreeuwend door de bomen. Toen hij bij een rivier kwam, zag hij in het maanlicht aan de overkant een grote krokodil het water inglijden. Achter hem klonk het gebrul van een leeuw. Met een schreeuw werd Pim wakker. In het schemerlicht van de morgen zag hij de apenschedel op de kast voor hem. Het leek of de aap grijnsde en hem aanstaarde met oplichtende ogen. Pim sprong uit bed en stopte de schedel in een la van de klerenkast. Hij rolde in bed en viel in een diepe slaap tot zijn moeder hem wekte. Pim voelde zich vreemd die morgen. In plaats van rechtstreeks naar school te lopen zoals elke dag, sloeg hij een zijstraat in. De groenteboer had net zijn kisten fruit buiten gezet. Pim pakte een appel en beet erin terwijl hij rustig doorliep. Op de hoek van de straat brak het zweet hem uit. Hij had een appel gestolen. Dat had de brave Pim nog nooit eerder gedaan. Hij draaide zich om en wilde de appel terugbrengen, maar toen zag hij dat er al een grote hap uit was. Hij haalde zijn schouders op en liep door, de stad uit. Hij werd ingehaald door een boerenkar vol melkbussen. Hij nam een aanloopje en sprong achter op de wagen. Het ging zo makkelijk dat hij er verbaasd over was. Hij loerde tussen de melkbussen door. De boer had niets gemerkt. Het paard sjokte voort. Behaaglijk leunde Pim tegen de melkbussen. In de verte sloeg de klok negen uur. De school was begonnen. Pim was er niet. Hij spijbelde voor het eerst van zijn leven. Pim wist niet wat hem overkwam. Zoiets durfde hij vroeger nooit. Zijn hart bonsde van opwinding. Allerlei ondeugende gedachten kwamen in hem op. Hij duwde tegen een legen melkbus, duwde nog harder, De melkbus kieperde over de rand en rolde over de straatstenen. “Rinkeldekinkel”, riep Pim. Hij duwde aan de andere kant van de kar nog een melkbus over de rand. “Rinkeldekinkel”. De boer keek verschrikt om. “Ben je nou helemaal gek geworden”, schreeuwde hij tegen Pim. Wild sloeg hij met zijn zweep in het rond. Pim duwde baldadig nog een melkbus om. De boer liet de leidsels vallen sprong op de kar en pakte Pim bij zijn oren. Hij stopte hem in een grote kist die achter de bok stond, deed het deksel dicht en ging er bovenop zitten. “Huh”, riep hij tegen het paard. De wagen keerde en het paard liep in draf terug naar de stad tot op het schoolplein. De boer reed voor de ramen van de klas. Hij ging staan en riep: “Meester, meester, kom gauw, ik heb een grote deugniet voor je. De strenge meester schoof zijn bril op zijn voorhoofd en liep stram zoals altijd naar buiten. “Wat is er aan de hand, boer”, zei hij. “Waarom rij je met je paard-en-wagen zomaar het schoolplein op”. De boer zei niets, hij deed het deksel van de kist open en trok Pim aan zijn haren omhoog. “Dat is de braafste leerling van de klas”, zei de meester verbaasd. “Waarom zit ie in een kist”. “Hij gooit mijn melkbussen over straat en spijbelt”, brieste de boer. De mond van de meester viel open. “Hoe komt dat”. Pim lachte brutaal: “Het komt allemaal door het apenschedeltje”, zei Pim en hij vertelde over zijn aankoop. De boer krabde onder zijn pet, de meester stotterde van verbazing. “Ga dat schedeltje halen, onmiddellijk”. Pim holde naar huis, griste het schedeltje van de kast en rende terug naar school. Bij iedere hoek moest hij al zijn wilskracht gebruiken om niet een zijstraat in te slaan, maar door te lopen naar school. Voor de klas stonden de meester en de boer. Pim zette het schedeltje op de lessenaar. De kinderen gingen staan in de banken. Even was het doodstil. Toen barstte het lawaai los. De boer lachte en klapte met zijn zweep in de lucht. Hij danste rond op zijn klompen. De anders altijd  zo stijve meester pakte hem bij zijn jas en huppelde achter de boer aan. De f5bb19acae96777f73fe0e653d5d9817kinderen stoven uit de banken pakten elkaars arm en even later danste en sprong de hele groep door de klas, de gang door, het schoolplein op. Het apenschedeltje bleef achter op de lessenaar. Buiten ploften de dansers doodvermoeid op de grond. De meester keek verbaasd in het rond. Wat was er gebeurd. “Allemaal in de rij”, riep hij streng. Zo streng dat ook de boer in de rij ging staan. “Het komt door het apenschedeltje”, zei Pim. “Daardoor komen al die apenstreken”. De meester dacht even na. Toen liet hij een paar schoppen uit de schuur halen. Onder de kastanjeboom liet hij de grootste jongens uit de klas een diep gat graven. De boer hielp mee. “Gaan jullie allemaal doodstil op de grond zitten”, zei de meester. Hij pakte zijn hoed en ging de school binnen. Even later kwam hij weer naar buiten met zijn hoed op zijn hand. Daaronder zat het apenschedeltje begreep iedereen. “Ogen dicht allemaal”, riep hij. Met een zwaai slingerde hij het apenschedeltje in de diepe kuil en gooide er haastig een schep zand op. De boer maakte met de jongens de kuil dicht en stampte de grond aan. Pim ging bedeesd achter in de rij staan. Hij wilde zijn apenstrekken zo snel mogelijk vergeten. “Het is een wonder”, zei de boer. Hij ging op zijn kar zitten en reed het schoolplein af. “Naar binnen”, riep de meester. “Pak je rekenboek”. Even later waren de kinderen stil aan het werk. Pim werkte het hardst, want hij had veel in te halen.

 Nog ieder najaar komen de kinderen om te zoeken onder de oude grote kastanjeboom. Uit de dikke takken vallen geen kastanjes zoals bij een gewone kastanjeboom , maar noten, heerlijke walnoten.

Walnoten-met-blad-300x262

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s