Berijming

 

Om de Bijbelse psalmen te kunnen zingen moeten ze op rijm worden gezet. Daarover is veel te doen geweest. 

Sprekende onder elkander met psalmen, en lofzangen, en geestelijke liederen, zingende en psalmende den Heere in uw hart (Efeziërs 5:19)

 

PetrusDathenus

Petrus Dathenus

Eigenlijk had Petrus Datheen (ca.1533-1588) priester moeten worden. Hij werd geboren in Kassel (Frans-Vlaanderen) en ging op school bij de Karmelieten. Toen een 19-jarige jongen werd verbrand omdat hij voor het protestantse geloof koos, vond Petrus dat zo erg, dat hij de katholieke kerk verliet. Hij werd een volgeling  van Calvijn en dat had tot gevolg dat hij moest vluchten. Eerst naar Londen, toen naar Emden. Tenslotte kwam hij terecht in Dordrecht waar hij in 1578 voorzitter werd van de Synode van Dordrecht. Hij was bevriend met Willem van Oranje, maar door zijn orthodoxe opstelling raakte hij in conflict met de tolerante prins.

In de protestantse kerk ontstond de behoefte om te zingen. Calvijn vond muziek en dans te werelds, maar hij zag in dat het gezamenlijk zingen van psalmen het geloof versterkt. Een probleem was dat de vertaalde psalmen niet op rijm waren en dus moeilijk konden worden gezongen. Datheen of Dathenus zoals zijn geleerde naam was, zette zich aan het enorme karwei om de psalmen op rijm te zetten. Tientallen jaren klonken de psalmen in de protestantse kerken. In de 18de eeuw vond men de vertaling van Datheen ouderwets. Er waren woorden die niemand meer begreep, bovendien was de rijm soms kreupel. De Staten-Generaal besloten dat er een goede berijming moest komen, die bovendien wat vlotter kon worden gezongen. Zij stuurden drie afgevaardigden en er werden negen dominees gekozen. Uit iedere provincie één.

047 Bijeenkomst_van_de_Commissie_ter_Verbetering_van_de_Rijmpsalmen_in_het_Mauritshuis_te_Den_Haag

Bijeenkomst in het Mauritshuis

Het gezelschap kwam maar liefst 121 keer bijeen in het Mauritshuis in Den Haag. Enkele dominees maakten zelf berijmingen, maar er werd ook een beroep gedaan op dichters in het land. Onder was één vrouw: ‘Lucretia van Merken’, zij maakte berijmingen van 39 psalmen, onder meer de bekende psalm 42: ‘Hijgend hert der jacht ontkomen’. Toen iedereen het eens was over het resultaat werd de berijming van alle psalmen op 2 juli 1773 gepresenteerd aan de Staten-Generaal. De psalmen werden gedrukt en verspreid. Maar niet iedereen was het er mee eens dat de vertrouwde psalmen van Datheen uit de kerken verdwenen. In allerlei plaatsen ontstonden rellen. Nog altijd zijn er kerken in Nederland waar de oude berijming van Petrus Datheen langzaam en plechtig wordt gezongen.                                                          

 De schrijver Maarten ’t Hart heeft een boek geschreven over het ‘psalmenoproer’ in zijn geboorteplaats Maassluis. Van dat oproer is ook een ooggetuigeverslag bewaard:

047 15982 Grote Kerk Maassluis Simonis & Buunk

De Grote Kerk van Maassluis op een aquarel van J. Bosboom. (Kunsthandel Simonis & Buunk)

 Op den zevenentwintigsten van Oogstmaand, schreeuwden een Visscher, een Kuiper en een Straatwerker in de Groote Kerk, des voormiddags tussen de Zangregels in, blijvende zy nog blaaten na het zingen. Iets diergelijks gebeurde er, op woensdag den dertigsten, in de kleine Kerk; want vijf Visschers, een Biersteeker, een Melkboer en twee Vrouwlieden op de galderij zittende, hadden de Voorzanger eerst, al bulkende en tierende, van de wijs zoeken te helpen; blyvende zy voortschreeuwen, na dat het Voorgezang geëindigd was. De Voorzanger hield het uit, maar de Gemeente was deerlijk ontroerd; de Predikant Kornelis van Wanen niet minder; die dan ook, buiten staat om te prediken, den Godsdienst afbrak met het uitspreken van den gewonen zegenwensch.

’s Vrijdags had de Predikant van Sprang zyne voorafspraak pas begonnen, toen hij die gedwongen werd te staaken, door eenen ouden Visscher, die, voor het Choor staande, zich vooral verlustigde met het aanheffen en opzingen van een vers uit het Psalmboek van Dathenus, waarin hem de Melkboer en de scheepsmakersjongen behulpzaam waren. Na deze Godsdienst, bij het uitspreeken van den zegen, werd er een ontstuimig geschreeuw, door eene bende visschers, waar by zich eenige ledigloopers, vrouwlieden en de melkboer met twee jongens gevoegd hadden, dapperlijk aangeheeven, ’t geen echter van den Organist Jan Hendrik Bruyinkhuyze , door het gebruiken der zwaarste orgeltoonen, meestal gestoord en verijdeld werd.

Maar de woede ging zoo ver, dat men de sterkste scheldwoorden en bedreigingen uitte: voorgeevende, dat men de huizen van den Predikant van Sprang en van Willem van der Jagt, uitplunderen, de Leeraars van den Preekstoel en de Voorzangers van de Lessenaar wegsleepen zou. Ook mompelden eenige scheepstimmerlieden, dat zy er, met hunne bijlen, op aan wilden.

Den Voorzanger Ouboter sloegen zy dermaaten, dat zy hem zelven voor dood hielden; en ten zynen huizen werd alles, zoo binnen als buiten, kort en klein gemaakt, eenig zilver gestoolen, de kleederen verscheurd, brood, boter en kaas tegen den grond geworpen en vertrapt.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s