Concordantie

Dominee Abraham Trommius verrichtte het monnikenwerk om een concordantie op de Bijbel samen te stellen  

Dominees die een onderwerp zochten voor hun preek, maakten gretig gebruik van de Concordantie van Trommius. De filosoof en theoloog Abraham Trommius (1633-1719) vestigde zich, na zijn studies in Genéve en Londen van onder meer Hebreeuws, als predikant in Haren. De man had geen makkelijk leven. Hij werd herhaaldelijk weduwnaar en was bij elkaar vier keer getrouwd. De kinderen die hij kreeg bij de verschillende vrouwen, overleefde hij allemaal. Niettemin zette hij zich ‘met ongelooflijke naarstigheid en onvermoeide vlijt’, om met de woorden van A.J. van der Aa te spreken, aan het maken van een concordantie. Hij nam de in Leiden in 1637 voor het eerst gedrukte Statenvertaling ter hand en spelde de teksten om alle voorkomende woorden te ordenen.

Concordantie Trommius

Het eerste van drie delen van de concordantie gedrukt in 1685

Een monnikenwerk, waarvan Trommius zelf zei: Als je een crimineel wilt straffen dan moet je hem niet naar het rasphuis of de mijnen sturen, maar laat hem een concordantie maken:

‘Maar leg hem op, dat hij ga

Woord-Register maken.

Dus sal hij alle soort van

straffe telkens smaken’.

Boze tongen beweren dat zijn vrouw op een gegeven moment zo genoeg kreeg van een man die altijd maar woordjes zat te verzamelen, dat ze een stapel papier van zijn werktafel rukte en in het haardvuur wierp.

Hoe het ook zij, de predikanten hadden baat bij de concordantie, waarvan nog in 1992 de 25ste druk verscheen bij Kok in Kampen, de verkorte en bewerkte vorm van 1856, terwijl de concordantie van Trommius nu in zijn geheel op internet staat.

Een dominee die bijvoorbeeld in de bijbel naar insecten zocht, kwam uit bij teksten zoals: ‘Ga tot de mier gij luiaard, zie haar wegen en word wijs’(Spr. 6:6). Of de voor zich sprekende tekst: ‘Wat de rups heeft overgelaten, heeft de sprinkhaan gegeten… enz. (Joël 1:4). En zo is er op meerdere Bijbelplaatsen sprake van wormen, spinnen en andere beestjes, waarvan de gelovigen last hadden en waarvan de meesten nog dachten dat het ongedierte ontstond uit drek en stof, de ‘spontane generatie’ zoals Aristoteles ooit had beweerd.

(zie ook onder de tab Tijdschriften het artikel: ‘De wereld van de Kleine Dierkens’)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s