Schijndood

In 1986 heb ik een tentoonstelling gemaakt en een boek geschreven over dood en rouw in de loop der eeuwen onder de titel: ‘De dood onder ogen’. (Uitg. Unieboek/De Haan). Tentoonstelling en boek deden destijds veel stof opwaaien, vooral het hoofdstukje over Schijndood deed menigeen rillen 

Schijndood

037 Antoine Wiertz 1854

In de 19de eeuw waren veel mensen bang om levend begraven te worden. Antoine Wiertz maakte in 1854 een schilderij over dit lugubere onderwerp.

 In de haast tijdens een cholera-epidemie, maar ook bij andere sterfgevallen, kon het voorkomen dat een arts te voorbarig de dood constateerde. Dit heeft er een enkele maal toe geleid dat mensen bijkwamen uit een toestand van schijndood. Velen werden daardoor bevangen door een voortdurende angst. Het lugubere thema kwam voor op prenten en in verhalen. Menigeen liet testamentair vastleggen dat hij of zij pas mocht worden begraven nadat de slagaders waren doorgesneden, het hart doorboord of er duidelijk sprake was van een begin van ontbinding.

037 herv Begraafpl Velp 1874

Huisje voor schijndoden uit 1874 op de Hervormde Begraafplaat in Velp

Op veel begraafplaatsen werd een huisje voor mogelijke schijndoden ingericht en er werden doodskisten en grafkelders geconstrueerd van waaruit het mogelijk was door een druk op een knop of een ruk aan een touw dat verbonden was met een bel, de omstanders te waarschuwen.

037

Toestel waarmee een ‘dode’ kan waarschuwen dat hij nog in leven is. 

Hoewel deze maatregelen overdreven lijken, was de angst om schijndood te worden begraven niet geheel ongegrond. Met de gebrekkige hulpmiddelen van destijds was de dood vaak niet met honderd procent zekerheid vast te stellen. Een aangrijpend relaas van een schijndode, die bijna was begraven, is dat van de rijksontvanger E.A. Hana. In 1831 keerde hij als jonge luitenant, terug van de Tiendaagse Veldtocht. Op mars naar de garnizoensstad Leiden werd de al enige tijd sukkelende Hania zo ernstig ziek dat hij naar een logement vlak bij de kazerne werd vervoerd. Toen zijn toestand verslechterde, werd hij overgebracht naar een kamertje bij een schoenmaker. Tijdens het verschonen van zijn bed, werd Hania door een oppasser en de vrouw van de schoenmaker in een stoel gezet. Plotseling smakte de luitenant voorover met zijn hoofd tegen een tafel en hij bleef voor dood op de grond liggen. Wat er toen volgde beschreef hij later in ‘Zakalmanak van 1844’:

‘In een oogenblik waren de vrouw des huizes en de oppasser, hevig verschrikt, genaderd. Mij van de grond willende opnemen, lieten zij mij, als door een bliksemstraal getroffen, opnieuw vallen, uitroepende: Hij is dood! Ontsteld over deze uitroep, zoowel als het ijskoude gevoel, waarmede mijn lichaam overtogen was, en de stijfheid, waarvan al mijn ledematen eensklaps waren bevangen, drong iets onbeschrijfelijks in mijn binnenste, het welk mij bijna deed gelooven, dat ik waarschijnlijk geen oogenblik meer te leven had. Evenwel scheen het , alsof ik ontwaakte. Ik opende mijn oogen, hetgeen echter onopgemerkt bleef, daar ik gevoelde, dat mijn lichaam niet meer in overeenstemming met mijn geest handelde, het stoffelijk gevoel was mij ontweken, de macht was mij benomen om te kennen te geven dat de ziel nog in dat koude lichaam werkzaam was, en het was klaarblijkelijk, dat men mij voor afgestorven moest houden, niettegenstaande ik kon zien wat men deed, hooren wat men sprak en mijn gedachten, evenals altijd, over alles kon laten gaan, wat mij omringde; zelfs was mijn denkvermogen en waren mijn zintuigen veel scherper’.

Hania werd door de hevig ontstelde oppasser op het bed gegooid:

‘….zoodat mijn hoofd over de zijplank buitenwaards naar beneden hing; daarna was hij schier in één sprong de kamer uit en de trap af. De vrouw, zich nu met mij alleen bevindende, gaf een rauwe gil, ijlde met niet minder drift naar beneden en sprong, van vrees buiten zichzelf, bij haar zieke dochter in ’t bed’.

Daarna begonnen voor Hania martelende dagen die hij voor het grootse gedeelte bij zijn volle bewustzijn doormaakte zonder dat hij een teken van leven kon geven. De legerarts constateerde de dood nadat hij een spiegel voor de mond van ‘het lijk’, had gehouden en ter controle in het lichaam had geprikt en gloeiend ijzer tegen de hiel had gehouden. Later werd in de nabijheid van Hania, tot zijn grote schrik, sectie overwogen. De timmerman nam de maat en de ongelukkige luitenant werd gekist. Op de avond voor de begrafenis besprak de legerarts met zijn vader en enkele anderen op de sociëteit het geval. De vader, een gerenommeerd arts, wilde het ‘lijk’wel eens zien. Na enig onderzoek besloot de bejaarde  medicus nog één proef te nemen. De kaken van de opgebaarde werden met een apparaat van elkaar gewrikt, waarbij het gebit van Hania beschadigd raakte en men goot sterke drank in zijn mond. Hierop kwam Hania bij, tot schrik, maar weldra tot vreugde van de omstanders. De patiënt herstelde en overleed pas op 76-jarige leeftijd te Goor in het jaar 1882.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s