Mijn stad Rotterdam

Voor uitgeverij Karakter heb ik twee boeken gemaakt met verhalen voor de leeftijd vanaf 12 jaar en feitelijke informatie over stadsgeschiedenis en wel van Leiden en Rotterdam.

Voor Rotterdam heb ik twee hoofdstukken geselecteerd voor deze site: Ketelbinkie en het Bombardement. Voor Ketelbinkie: 

“Lang zal Jopie leven, hieperdepiep”. Jopie schrikt wakker. Aan zijn bed staan moeder, zijn broer in zijn uniform en zus in haar keurige zwarte jurkje met een helder wit kraagje. Broer is bestuurder van de elektrische tram en zus is telefoniste in het gloednieuwe stadhuis aan de Coolsingel. Wat er van Jopie moet worden weet niemand. Vandaag wordt hij vijftien en in het voorbije jaar heeft hij drie keer een baantje gehad. Telkens ging het mis. Eerst was hij kruier op het station Delftsepoort.

014 c Image-01

Jopie moest de koffers dragen

Met open mond stond hij te kijken naar de enorme locomotieven die dampend en fluitend het station binnenreden. Hij vergat de bagage en op een dag was hij zo geboeid door een nieuwe locomotief dat de trein vertrok nog voordat hij de koffers van een deftige heer had ingeladen. De meneer draaide het raampje open terwijl de trein al reed en riep woedend naar de stationschef dat zijn koffers nog op het perron stonden. Te laat. De trein was al niet meer te stoppen en de bagage bleef achter. Jopie werd op staande voet ontslagen. Daarna ging hij werken in een restaurant aan de Schiedamsedijk. Eerst mocht hij boodschappen doen, maar onderweg bleef hij kijken bij alles wat er op straat te beleven was. Hij stond stil bij het draaiorgel en keek naar de meiden die dansten met de matrozen.

014 d icoon A.P. de la Rivière in de Zandstraat tek AR

Een draaiorgel in de Zandstraat

Dan weer stond hij met open mond bij een slaande ruzie tussen twee visvrouwen die vochten om het beste plekje, tot er een agent tussenbeide kwam. Hij bleef wachten bij een paar kwajongens die een touw over de straat spanden omdat er dronken zeelui aankwamen. Die wilden ze laten struikelen. De boze baas vroeg: “Waar blijf je nou? Ik stuur je niet meer naar buiten. Blijf jij voortaan maar in de keuken om borden te wassen”. Dat ging goed tot Jopie op een drukke avond de borden veel te hoog opstapelde. Met donderend geraas viel de stapel op de stenen vloer aan scherven. De gasten zaten stijf van schrik aan hun tafeltjes in het restaurant. De woedende baas schopte Jopie de straat op. “Ik heb een mooi baantje voor je”, zei ome Toon, de broer van moeder. “Je kunt achter het toneel werken bij Pschorr op de Korte Hoogstraat”. Ome Toon speelde er harmonica en hij had een goed woordje gedaan voor zijn neefje. Jopie had het er geweldig naar zijn zin.

014 n Ome Toon met zijn harmonica uit Tingeltangel tek Jordaan

Ome Toon speelt harmonica

Tijdens de voorstellingen moest hij de dansmeisjes een seintje geven als ze aan de beurt waren of spullen aangeven voor een goochelaar en een enkele keer moest hij een decor laten zakken. Op een avond stond hij met open mond te kijken toen Ome Toon op zijn harmonica speelde terwijl twee als matrozen verklede artiesten een weemoedig lied over de zee zongen. Zodra de matrozen het refrein zongen over de woelige baren en het schip dat verging, moest Jopie het met hoge golven beschilderd decor laten zakken. Woedend stond de toneelmeester naar Jopie te zwaaien. “Waar bleef het decor toch?”. Jopie schrok uit zijn gepeins en rukte aan een touw. In plaats van de zee zakte een groot bos omlaag. Het publiek gierde van het lachen. “Land in zicht”, brulde iemand in de zaal. Ome Toon deed zijn uiterste best, maar hij kon niet voorkomen dat Jopie voor de derde keer werd ontslagen. Maar vandaag is het feest. Grootmoeder komt de trap opstommelen. “Wat woon je toch hoog Bets”, roept ze tegen moeder. “Vroeger liep ik zo bij je naar binnen. Waar is het feestvarken?”. Jopie krijgt zijn eerste cadeau. Een boek over Pietje Bell. “Wie is Pietje Bell?”, vraagt Jopie. “Net zo’n kwajongen als jij”, zegt grootmoeder. “Lees maar”. 014 m Pietje BellJopie gaat zich haastig wassen bij de kraan in de keuken en doet zijn werkkleren aan, want alles moet in orde worden gemaakt voor het feest van vanavond. Bij de onder- en bovenburen lenen ze stoelen die in een grote kring worden gezet in de voor-  en achterkamer. Grootmoeder heeft een bos vette paling meegenomen en een kruik jonge jenever. “Dat zal er wel ingaan vanavond”, zegt ze opgewekt. “Je woont hier wel ruim Bets. Een voor- en een achterkamer en een alkoof, een zijkamertje en een keuken met een kraan. Veel meer ruimte dan in de Halvemaanstraat”. Moeder knikt. “Toch mis ik de gezelligheid van de Polder”. Ze drinken koffie aan de keukentafel en dan komen de herinneringen aan de Zandstraat, de ‘Polder’ zoals echte Rotterdammers die buurt noemden. Jopie zit aandachtig te luisteren en knikt als hij zich dingen herinnert. Moeder had een water-en-vuur winkeltje in de Halvemaanstraat vlakbij de Zandstraat. Maandag was de drukste dag van de week. ’s Morgens vroeg zette moeder grote ketels op het vuur en dan kwamen de vrouwen uit de buurt voor een cent een emmer heet water halen om de was te doen. Moeder verkocht ook aanmaakhoutjes en zachte zeep. Op mooie dagen zette grootmoeder een paar schragen voor de winkel en dan verkocht ze hard gekookte eieren en verse haring aan de zeelui die langs de café’s in de Zandstraat zwierden.

014 h licoon Zandstraat Berssenbrugge AR

De Zandstraat op een foto van Berssenbrugge

Op oudejaarsavond 1911 om twaalf uur precies, gingen alle zaken dicht. In het nieuwe jaar werd begonnen met de sloop van de Zandstraat en alle steegjes en sloppen er omheen, de ‘polder’, verdween voorgoed. Op die plaats werd het nieuwe stadhuis gebouwd. “Het was een mooie tijd”, zucht grootmoeder. “Altijd wat te beleven”. Moeder knikt. “Het was wel armoedig. Het stonk er altijd. In ieder huis zaten wel wandluizen en kakkerlakken en het pompwater smaakte vaak smerig”. Ze waren verhuisd naar de Tamboerstraat in Crooswijk. Het was er stil. Moeder miste haar winkel en had een dienstje aangenomen op een kantoor. “Ze hebben er een elektrische stofzuiger en op ieder bureau staat een telefoon”. Grootmoeder schudt haar hoofd. “Een stofzuiger?”, zegt ze. “Waar is dat voor nodig? Het gaat toch goed met een stoffer en blik en met gebruikte theeblaadjes op de vloer tegen het stuiven?”. “Ik zou wel graag een elektrisch strijkijzer willen hebben”, zegt moeder. “Dat gedoe met een kolenijzer ben ik zat”. Grootmoeder haalt haar schouders op: “Ik werk het liefst met kachelbouten”. Dan gaat het gesprek over vader die machinist is op de Grote Vaart. “Ik verwacht hem vandaag of morgen”, zegt moeder. “Zijn laatste kaart komt uit Liverpool”, ze wijst op de spiegel boven de schoorsteen met in de rand prentbriefkaarten uit verre steden zoals Singapore en Shanghai. Zulke reizen zou ik graag willen maken, mijmert Jopie. Dan gaan ze aan de slag en zijn de hele dag bezig om alles voor de avond in orde te maken.

014 p S.s. Rotterdam, HAL pc

Direct na het avondeten stommelen de eerste gasten de trap op. De mannen gaan in de voorkamer zitten en de vrouwen in de achterkamer. Dan kunnen ze helpen om de glaasjes, de stukjes paling en de plakken worst rond te delen. De mannen praten over de staking in de haven die na tien weken eindelijk is afgelopen. “We hebben bereikt wat we wilden”, zegt een buurman. Eerst de werkweek van veertig uur en een vrije zaterdagmiddag en nu meer loon”. De anderen knikken. “Jammer dat Troelstra het niet voor elkaar heeft gekregen om een revolutie te ontketenen in Rotterdam. tsjongejonge, wat zou er dan veel veranderd zijn”. Eén van de vrouwen hoort dat: “De koningin wegjagen”, zegt ze snibbig. “Rotterdam zonder oranje. Kaat Mossel zou zich in haar graf omdraaien”. “Geen praatjes over politiek”, komt grootmoeder tussenbeide. “Daar komt alleen maar ruzie van. Geef de kopjes eens door? Tijd voor een borrel, mannen”. In de gang klinkt plotseling het geluid van een harmonica. Ome Toon duwt de deur open en wordt met gejuich ontvangen. Hij veegt het zweet van zijn voorhoofd en roept: “Ik heb het nieuwste versje van Louis Davids. Daar komt ie”. Door de volle kamer schalt het lied van een zeeman die vertrekt:

‘Als de tros wordt losgesmeten

Als de plank wordt weggesjord’.

Toon geeft een stapeltje papieren met de tekst. “Doorgeven”, roept hij onder het spelen en even later zingen ze allemaal:

‘Als je onderdrukt hoort snikken

Als je oog zo brand’rig wordt ……

De deur gaat open. Niemand heeft iemand horen binnenkomen. Daar staat vader plotseling in de deuropening. “Vader!”, roept Jopie. Moeder veegt haastig haar handen af en vliegt haar man om zijn nek. “Als mijn jongste zoon vijftien wordt, moet ik erbij zijn”, bromt hij met zijn zware stem. Hij vertelt dat zijn schip in Amsterdam is aangekomen en dat hij direct de trein naar Rotterdam heeft genomen. “Welkom thuis”, begint ome Toon te spelen en het hele gezelschap brult mee. “Welkom thuis”. Jopie kan zich niet herinneren dat hij ooit zo’n fijne verjaardag heeft gehad.

De volgende dag hoort vader over de baantjes van Jopie. “Twaalf ambachten, dertien ongelukken”, zegt moeder. Vader knikt.’s Middags gaat hij naar het kantoor van de Holland-Amerika Lijn. Tegen de avond komt hij terug. “Je hebt gedronken”, zegt moeder bits. “Er is wat te vieren”, zegt vader. Hij legt een flinke biefstuk op het aanrecht. Moeder staart met grote ogen naar het kostbare stuk vlees. “Biefstuk”, stamelt ze. “We hebben nooit biefstuk in dit huis. Veel te duur”. Vader lacht. “Ik heb een nieuwe baan als tweede machinist op het schip ‘De Rotterdam’. Ik ga op en neer varen van Rotterdam naar New York. Dan ben ik vaker thuis en …..”.  Hij kijkt naar Jopie. “En jij wordt ketelbinkie op datzelfde schip”. Moeders mond valt open van verbazing. Jopie springt juichend door de kamer. Dat is precies wat hij wilde. Zijn grootste wens is uitgekomen. Varen met vader.

Een week later staat hij op de kade. De ‘Rotterdam’ ligt al klaar. Een hijskraan tilt de bagage op in een groot net. Over de loopplank schuifelt een lange rij passagiers, bepakt en bezakt. Ze komen uit Rusland, Duitsland en Polen in de hoop om in Amerika een nieuw leven te kunnen beginnen. Vader is allang onderin het schip bezig om de grote ketels op stoom te brengen. Jopie staat aan dek met zijn nieuwe plunjezak naast zich. Beneden staan moeder en grootmoeder op de kade. De trossen worden losgegooid. Kleine driftige sleepbootjes beginnen aan het kolossale schip te sjorren. Daar komt ome Toon de kade opgerend met zijn harmonica en een heel stel buren. Schril klinkt de stoomfluit en zuchtend en steunend komt het schip in beweging. Dan klinkt het geluid van de harmonica en de buren zingen zo hard als ze kunnen:

‘Als de tros wordt losgesmeten

Als de plank wordt weggesjord

Als je onderdrukt hoort snikken

En je oog zo brand’rig wordt.

014 r Image-02

Ketelbinkie neemt afscheid

Langzaam glijdt het schip weg van de kade. Jopie zwaait tot hij zijn moeder en grootmoeder niet meer kan zien. Tranen springen in zijn ogen en in zijn oren klinkt nog de regel na uit het liedje: ‘Als je oog zo brand’rig wordt’.

“Sta niet te dromen knul”, roept de bootsman. “Weg met die plunjezak. Omkleden en koffie brengen”. Dan begint het zeemansleven van Jopie, het ketelbinkie.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s