Gek hoedje

Image-02Er zijn heel bijzondere hoedjes in de wereld  

Het rekenhoedje

Image-02

Tekening Wiebke

“Aan mijn zoon Joris heb ik niets” mopperde de waardin tegen de gasten. Stampvoetend liep ze door haar café. “Ik wordt een dagje ouder. Ik had gehoopt dat Joris mijn werk zou overnemen. Maar hij kan niet rekenen”. Joris stond bedremmeld achter de tapkast. Bier tappen kon hij goed. Maar rekenen … “Kijk”, riep zijn moeder. “Aan die tafel bij het raam heb ik twee pullen bier gebracht.  Nu breng ik vier pullen naar de gasten op de bank buiten. Hoeveel pullen zijn dat bij elkaar Joris”.  De arme Joris krabde zich achter het oor. Voor hij iets kon zeggen riep zijn moeder al door de herberg. “Zes Joris, zes pullen bier, maar dat kan jij nog in geen uur uitrekenen”. Beteuterd stond Joris te kijken. Altijd hetzelfde gedoe met dat rekenen. Vroeger op school waren het drama’s geweest. “Hoeveel is twee en twee Joris””, vroeg de meester. Het bleef lang stil. “Vier”, riep de klas. “Hoeveel is vijf min één”. Opnieuw stilte. “Vier”, brulde de meester. “Hoeveel is twee maal twee”. Joris wist het niet. “Vier”,  gromde de meester wanhopig. “Hoeveel is zes min drie”. “Vier”, riep Joris blij. De kinderen in de klas rolden bijna uit hun banken van het lachen. Joris begreep het niet. Voor hem waren alle cijfers rare kriebeltjes. De zes leek op de negen. Hij zag geen verschil tussen een zeven en een vijf. Als de cijfers achter elkaar werden gezet: 35, 118, 1037. Dan snapte hij er helemaal niets meer van. Buiten sloeg de klok. Hoe laat zou het zijn? Joris kwam er niet uit. “Maak dat je weg komt”, gromde de waardin. “Aan jou heb ik niets, helemaal niets.” Eenzaam liep Joris even later door de straten van het stadje. Hij ging door de poort en liep door het stille korenveld. “Ik ga naar tante Aag”, zei hij in zichzelf. “Tante Aag kan rekenen als de beste”.  Het was een eind lopen tot de rand van het bos. Tante woonde daar in een klein huisje met een lege stal en een hooiberg zonder hooi. Tante Aag was verrast. Ze kreeg haast nooit bezoek. Ze gaf Joris een glas zelf gemaakte appelsap en een punt aardbeientaart. “Heerlijk, tante”, zei Joris. Toen barstte hij opeens in tranen uit. Tante Aag keek verbaasd. “Hoe heb ik het nou”, zei ze. “Wat is er aan de hand”.  “Ik kan niet rekenen”, snikte Joris. “Ik kan de klanten niet helpen in het café, ik kan niet klok kijken, tellen kan ik niet”. Tante Aag knikte en zweeg. Ze dacht lang na en zei toen. “Droog je tranen, ik zal je helpen”. Ze deed de deur open van het glimmend geboende kabinet en haalde er een hoedje uit. “Dat hoedje had ik vroeger altijd op als ik sommen zat te maken”, zei ze. “Al mijn gedachten over cijfers en sommen zitten in dat hoedje.”  Ze zette het hoedje op het hoofd van Joris. “Hoe laat is het”, vroeg ze. Joris keek naar de klok. “Drie uur”, zei hij. “Drie uur, drie uur, ik kan klok kijken”. “Hoeveel is drie maal zes Joris”, vroeg tante. “Achttien”, riep Joris. Tante ging door met sommen. Steeds moeilijker. Het begon al te schemeren. “Hoeveel is 18x16x42”. Joris hoefde geen seconde na te denken. “Twaalfduizendzesennegentig”, riep hij. “Genoeg”, zei tante. “Je kunt rekenen als de beste. Maar denk erom dat je het hoedje ophoudt”. Even later liep Joris op een drafje naar huis met het malle hoedje op zijn hoofd. Voor zijn ogen dansten allemaal cijfers. Hij keek naar de klok op de poort. “Zes uur”, riep hij. Als je alle cijfers van de klok bij elkaar optelt is dat 78. Hij stormde de herberg binnen, deed zijn schort voor en ging achter de toog staan. “Wat moet jij nou met dat rare hoedje op je kop”, zei zijn moeder verbaasd. Een klant stond op. “Kan ik afrekenen”, vroeg hij aan Joris. “Twee bier, een kop soep en een boterham met kaas”. “Jazeker meneer”, zei Joris. Hij keek op het bord waarop met krijt alle prijzen stonden. “Dat is dan 8,75”. De mond van zijn moeder viel open. De gasten draaien hun hoofd naar de bar. “Joris kan rekenen”, zei een stamgast. Het ging als een lopend vuurtje door de stad: Joris uit de herberg is een rekenwonder. Als hij door de stad liep telde hij de nummers van de huizen bij elkaar op. Als hij borden met prijzen zag, bij de groenteboer, de kruidenier of de slager, dan telde hij razend vlug alle getallen bij elkaar op. Hij rekende voor zijn plezier wat de prijs was van 33 kazen, 12 hammen, 30 broden. Joris werd uitgenodigd op bruiloften en partijen. De gasten kwamen met de moeilijkste sommen. Joris gaf de oplossing. Rijke boeren vroegen zijn hulp bij het uitrekenen van de rente. Elke avond hielp hij in de herberg. De gasten hadden er plezier in om allerlei verschillende dingen te bestellen. Joris maakte dan uit zijn hoofd in een ommezien de rekening op. De gasten kwamen van heinde en ver om dat wonder te beleven. De waardin glom van trots over haar knappe zoon. Maar ’s avonds als Joris naar bed ging was hij moe van alle cijfers. Hij borg zijn hoedje veilig weg in de linnenkast en kon plotseling niet meer rekenen. Dom en tevreden stapte hij dan in bed.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s