Glippers en Ballen

In het boek ‘Glippers en Ballen’, uitgegeven bij de helaas opgeheven uitgeverij HDC/Telegraaf, staat een bonte rij verhalen over boeiende figuren uit de Leidse geschiedenis, zoals over de ondeugende schoolmeester Gerrit van de Linde, die bekend werd door zijn grappige gedichten onder het pseudoniem De schoolmeester. 

De ondeugende ‘Schoolmeester’.

 

023 Image-14

Omslag boekje gedichten van de schoolmeester

Hij maakte er wel een potje van, die Gerrit van de Linde. Hij kwam als veelbelovend student naar Leiden. Zijn vader had genoeg middelen om hem op riante wijze te laten studeren. Gerrit was een goed spreker, hij maakte koddige gedichtjes, de meisjes waren dol op hem en hij had enkele goede vrienden zoals de wat oudere Jacob van Lennep, die hem steunden door dik en dun. Gerrit studeerde theologie en toen hij zijn eerste proefpreek hield waren de toehoorders diep onder de indruk. Gerrit kwam uit Rotterdam. Daar had hij een relatie met een meisje dat vol verlangen naar hem uitzag en er van overtuigd was dat ze met de dominee in spe zou trouwen. Ondertussen leidde de student theologie niet bepaald een deugdzaam leven. Hij nam deel aan alle feesten, smeet met geld en toen het zijn vader financieel minder ging kon hij zijn schulden niet betalen en moesten zijn vrienden bijspringen of hem verstoppen voor de mannen die met rekeningen aan de deur kwamen. Gerrit ging om met de dochter van een muzikant, ene Leentje Jasperse, die prompt zwanger van hem werd. Toen hij ook nog een verhouding begon met de vrouw van een professor was de maat vol. Het ging om Jeane die getrouwd was met de jonge en talentvolle chemicus Anthony Hendrik van der Boon Mesch. Toen de hoorntjesdrager ontdekte dat zijn vrouw scharrelde met de vele malen gastvrij ontvangen student was het huis te klein. Professor van der Boon Mesch nam contact op met zijn collega professor in de theologie Van Hengel. De theoloog was hevig verontwaardigd over de levenswandel van zijn student. Hij verzekerde dat hij er alles aan zou doen om te voorkomen dat Van de Linde ooit een aanstelling als dominee zou krijgen. Toen de schuldeisers hoorden dat de carrière van de student gevaar liep drongen zij nog sterker aan op betaling. Ondertussen beviel het muzikantenmeisje Leentje van een jongetje Gérard bij kennissen in Voorschoten.

Het was voor Gerrit niet raadzaam om in Leiden te blijven. Geholpen door zijn vrienden vluchtte hij naar Londen. Daar leidde hij een eenzaam en armoedig bestaan. Hij sprak geen woord Engels. Zijn positie veranderde toen hij opnieuw geholpen door zijn vrienden, vooral Jacob van Lennep en Henry Philip Hope een bankier van Nederlandse afkomst, een kostschool kon beginnen. Toen hij enkele jaren later trouwde met Caroline de dochter van een Franse kostschoolhouder ging het met zijn leven de goede kant op. Het stel wist het deftige Cromwell House te verwerven en begon er een chique kostschool waar op den duur vanwege de gezonde buitenlucht steeds meer zieke kinderen door hun ouders werden ondergebracht. Van de Linde werd een brave vader, en trouwe echtgenoot, een gezien burger. Soms dacht hij vol wroeging aan zijn bandeloze leven in Leiden zoals blijkt uit zijn gedichtje:

‘Gezondheid, aanleg krachten

’t Talent van God beschikt,

In koortsige ontucht-nachten,

Verzopen en verstikt!

En lange rekeningen,

Die nooit voldaan ontfingen,

En meisjens in de kraam ,

De kreet des eerstgeboornen,

Professors met hun hoornen,

Hun dames, slecht ter faam,

Hun snoodbevlekten naam!

O! pijnlijk bed van doornen!

O fel berouw! O spijt! ‘

 Hij correspondeerde met zijn Leidse vrienden, vooral met Van Lennep. Later logeerden de zoons van Van Lennep regelmatig bij Van de Linde in Londen. Zij kwamen thuis met verhalen over de koddige gedichten die Van de Linde voordroeg, waarbij hen de tranen van het lachen over de wangen rolden. Bij een begrafenis vatte Van de Linde kou. Hij kreeg longontsteking en stierf op 27 januari 1858, nog geen vijftig jaar oud. In overleg met de weduwe besloot Jacob van Lennep eerder verspreid gepubliceerde en uit de papieren opgedoken versjes uit te geven. De eerste druk verscheen in 1859 met als titel: ‘Gedichten van den Schoolmeester”. Het werd een ongekend succes. Het boekje werd vele malen herdrukt. Van de baten zag de weduwe weinig. De opbrengsten verdwenen grotendeels in de zakken van de uitgever.

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s